Belastingvermindering voor investering in startende vennootschap verduidelijkt
De belastingvermindering van resp. 30% of 45% die een natuurlijke persoon privé kan genieten voor geldinbreng in een kleine of microvennootschap geldt onder de voorwaarde dat het om een startende vennootschap gaat.
-
Wettelijke interestvoet bij betalingsachterstand b2b blijft voor de tweede helft van 2026 10,5%
De interestvoet die u in de tweede helft van 2026 kunt aanrekenen als u zaken doet met andere ondernemers die uw facturen te laat betalen, is bekend.
-
Werken rond uw privéwoning aan 6% btw?
In principe mag een aannemer aan 6% btw factureren als hij zgn. werken in onroerende staat uitvoert aan een pand dat minstens 10 jaar oud is en dat na de werken hoofdzakelijk voor privédoeleinden gebruikt wordt.
-
Beleggen met uw vennootschap of privé: wat levert netto het meeste op?
Uw vennootschap heeft bv. € 20.000 op de bankrekening staan die u zou willen beleggen in aandelen. Wat doet u dan het beste: dat bedrag nu als een dividend uitkeren en privé beleggen of de belegging door uw vennootschap laten doen en het geld later naar u privé halen?
De belastingvermindering van resp. 30% of 45% die een natuurlijke persoon privé kan genieten voor geldinbreng in een kleine of microvennootschap geldt onder de voorwaarde dat het om een startende vennootschap gaat. Concreet moet het gaan om een verwerving van aandelen bij de oprichting van een nieuwe vennootschap of om een kapitaalsverhoging binnen de 4 jaar na oprichting van de vennootschap. Hierbij wordt als vertrekpunt genomen het neerleggen van de oprichtingsakte ter griffie van de ondernemingsrechtbank.
Om misbruiken te vermijden heeft de fiscus in Circulaire 2020/C/75 een antimisbruikbepaling ingevoerd waarbij in sommige gevallen een vroeger vertrekpunt wordt genomen. Gaat het bv. om een voortzetting van een werkzaamheid die voorheen werd uitgeoefend door een natuurlijke persoon, dan telt het ogenblik van de eerste inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen door die natuurlijke persoon. Bij de voortzetting van een werkzaamheid die voorheen werd uitgeoefend door een andere rechtspersoon, dan telt het ogenblik van de neerlegging van de oprichtingsakte van die andere rechtspersoon ter griffie van de ondernemingsrechtbank. Als criteria wordt hierbij o.m. rekening gehouden met het feit dat de startende vennootschap haar activiteiten uitoefent op dezelfde locatie als de natuurlijke persoon of rechtspersoon die haar voorafgaat, of het feit dat zij dezelfde leveranciers hebben.