Fiscus ziet af van speciale btw-regeling voor de verhuur van gemeubelde studentenkamers
De verhuur van een onroerend goed is in principe vrijgesteld van btw.
-
Koopt u een nieuwe auto beter nog in 2026 dan in 2027?
Stel u wil een nieuwe auto aankopen of leasen voor uw onderneming (eenmanszaak of vennootschap). Kan u dit dan beter nog in 2026 doen of kan u fiscaal gezien evengoed wachten tot in 2027?
-
Wanneer heeft uw vennootschap recht op investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
Doet uw kleine vennootschap een nieuwe investering, dan kan zij daarvoor onder bepaalde voorwaarden genieten van de investeringsaftrek. Wanneer moet die investering precies gebeuren om nog recht te hebben op de investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
-
Winst toegewezen aan een liquidatiereserve
Om de correcte beslissingen te nemen tijdens en bij de afsluiting van boekjaar 2025, moeten drie vragen gesteld worden: 1. Vanaf welke tijdstip kunnen – eerder aangelegde – liquidatiereserves fiscaal voordelig uitgekeerd worden? 2. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves vervroegd uit te keren? 3. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves aan te leggen voor boekjaar 2025?
De verhuur van een onroerend goed is in principe vrijgesteld van btw. Bijgevolg dient over de verhuur geen btw gerekend te worden, wat ook impliceert dat er geen btw kan gerecupereerd worden op kosten die met de onroerende verhuur samenhangen zoals oprichtingskosten van het pand en eventuele kosten van onderhouds- en herstellingswerken. Gaat de verhuur echter gepaard met een pakket van diensten (bestaande uit schoonmaak, veiligheid, mobiliteit, maaltijden, entertainment, community building, enz.), dan was er volgens de Rulingdienst sprake van aan btw onderworpen ‘gemeubeld logies’ (hotelservice) (ruling nr. 2020.1867, 06.10.2020). De verhuurder kan dan de btw die hij zelf betaald heeft recupereren.
De Btw-Administratie zag die ruime toepassing van het begrip ‘hoteldienst’ echter niet zitten. In het wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake btw van 20 mei 2021 werd bepaald dat het verschaffen van gemeubelde logies in inrichtingen waar gewoonlijk onderdak wordt verschaft aan studenten, niet beschouwd zou worden als een belastbare hoteldienst en dat de verhuur van een gemeubelde studentenkamer dus zonder btw zou verlopen. De maatregel zou ingaan vanaf 01.07.2021, maar op de valreep heeft de regering beslist die wetswijziging te laten vallen. Bijgevolg blijft de verhuur van gemeubelde studentenkamers in principe vrijgesteld van btw, met gevolg dat er aan de ene kant weliswaar geen btw op de verhuur moet gerekend worden, maar dat er aan de andere kant echter geen btw kan recupereerd worden op kosten (tenzij het zou gaan om een hoteldienst waarover btw moet gerekend worden, zoals reeds aanvaard door de Rulingdienst).