Forfaitaire beroepskosten bedrijfsleider voor inkomstenjaar 2022 geïndexeerd
Een bedrijfsleider heeft de keuze om enerzijds te werken met een beroepskostenforfait, of anderzijds de werkelijke beroepskosten in mindering te nemen mits die kosten kunnen aangetoond worden (art. 49 WIB 92).
-
Wettelijke interestvoet bij betalingsachterstand b2b blijft voor de tweede helft van 2026 10,5%
De interestvoet die u in de tweede helft van 2026 kunt aanrekenen als u zaken doet met andere ondernemers die uw facturen te laat betalen, is bekend.
-
Werken rond uw privéwoning aan 6% btw?
In principe mag een aannemer aan 6% btw factureren als hij zgn. werken in onroerende staat uitvoert aan een pand dat minstens 10 jaar oud is en dat na de werken hoofdzakelijk voor privédoeleinden gebruikt wordt.
-
Beleggen met uw vennootschap of privé: wat levert netto het meeste op?
Uw vennootschap heeft bv. € 20.000 op de bankrekening staan die u zou willen beleggen in aandelen. Wat doet u dan het beste: dat bedrag nu als een dividend uitkeren en privé beleggen of de belegging door uw vennootschap laten doen en het geld later naar u privé halen?
Een bedrijfsleider heeft de keuze om enerzijds te werken met een beroepskostenforfait, of anderzijds de werkelijke beroepskosten in mindering te nemen mits die kosten kunnen aangetoond worden (art. 49 WIB 92). Indien achteraf blijkt dat de werkelijke kosten lager liggen dan het forfait, dan zal de fiscus alsnog het forfait toepassen. In een eenmanszaak kan zo’n forfait echter niet gebruikt worden.
Het beroepskostenforfait bedraagt 3% van het loon dat een bedrijfsleider uit zijn vennootschap haalt na aftrek van de sociale bijdragen en eventuele VAPZ-premies. Op het forfait staat een maximum dat jaarlijks wordt geïndexeerd. Het forfait is voor inkomstenjaar 2022/aanslagjaar 2023 begrensd tot nl. € 2.660 (inkomstenjaar 2021/aj. 2022: € 2.590).