Forfaitaire beroepskosten bedrijfsleider voor inkomstenjaar 2022 geïndexeerd
Een bedrijfsleider heeft de keuze om enerzijds te werken met een beroepskostenforfait, of anderzijds de werkelijke beroepskosten in mindering te nemen mits die kosten kunnen aangetoond worden (art. 49 WIB 92).
-
Geregistreerd kassasysteem horeca (GKS) 2.0: tolerantieperiode opnieuw verlengd tot en met 30 juni 2026!
Voor (nieuwe) horecazaken die een GKS moeten gebruiken (omzetdrempel van € 25.000 (excl. btw) overschreden in de periode van 1 april 2026 t.e.m. 30 juni 2026) maar nog geen GKS hebben, wordt de verplichte installatie van het nieuwe geregistreerd kassasysteem: GKS 2.0 (de ‘witte kassa’) een laatste keer uitgesteld. Deze verplichting werd eerder al uitgesteld tot en met 31 maart 2026, maar de tolerantie loopt nu door tot en met 30 juni 2026.
-
Aangifte personenbelasting 2025: deze documenten moet u tijdig aanleveren aan uw accountant
Uw aangifte personenbelasting over 2025 moet uiterlijk op 15 juli 2026 via Tax-on-web worden ingediend. Heeft u een ‘complexe’ aangifte, dan dient u deze uiterlijk op 16 oktober 2026 in te dienen. Maar welke informatie en documenten moet u zeker nog aan uw accountant bezorgen?
-
Btw-klantenlisting en vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen: deadline verschoven van 31 maart 2026 naar 30 april 2026
Zoals eerder gecommuniceerd moeten kleine ondernemingen die onder de btw-vrijstellingsregeling vallen, voortaan een klantenlisting indienen, ook als het om een nihillisting (u heeft geen enkele klant die in de listing vermeld moet worden) gaat. Vanaf nu moeten zij via die jaarlijkse klantenlisting ook hun totale jaaromzet doorgeven.
Een bedrijfsleider heeft de keuze om enerzijds te werken met een beroepskostenforfait, of anderzijds de werkelijke beroepskosten in mindering te nemen mits die kosten kunnen aangetoond worden (art. 49 WIB 92). Indien achteraf blijkt dat de werkelijke kosten lager liggen dan het forfait, dan zal de fiscus alsnog het forfait toepassen. In een eenmanszaak kan zo’n forfait echter niet gebruikt worden.
Het beroepskostenforfait bedraagt 3% van het loon dat een bedrijfsleider uit zijn vennootschap haalt na aftrek van de sociale bijdragen en eventuele VAPZ-premies. Op het forfait staat een maximum dat jaarlijks wordt geïndexeerd. Het forfait is voor inkomstenjaar 2022/aanslagjaar 2023 begrensd tot nl. € 2.660 (inkomstenjaar 2021/aj. 2022: € 2.590).