Forfaitaire beroepskosten bedrijfsleider voor inkomstenjaar 2022 geïndexeerd
Een bedrijfsleider heeft de keuze om enerzijds te werken met een beroepskostenforfait, of anderzijds de werkelijke beroepskosten in mindering te nemen mits die kosten kunnen aangetoond worden (art. 49 WIB 92).
-
Bezwaar indienen tegen uw kadastraal inkomen?
U heeft misschien gehoord dat als uw kadastraal inkomen (ki) wordt vastgelegd of herzien het kan lonen om hier bezwaar tegen aan te tekenen. Waarom tekent u beter toch niet automatisch bezwaar aan?
-
156 gewerkte dagen voor vervroegd pensioen: wat betekent dat voor u als zelfstandige?
De wettelijke pensioenleeftijd blijft 66 jaar en wordt vanaf 2030 67 jaar. Maar door de pensioenhervorming kan u vanaf 2027 mogelijk pas later met vervroegd pensioen gaan.
-
Wettelijke interestvoet bij betalingsachterstand b2b blijft voor de tweede helft van 2026 10,5%
De interestvoet die u in de tweede helft van 2026 kunt aanrekenen als u zaken doet met andere ondernemers die uw facturen te laat betalen, is bekend.
Een bedrijfsleider heeft de keuze om enerzijds te werken met een beroepskostenforfait, of anderzijds de werkelijke beroepskosten in mindering te nemen mits die kosten kunnen aangetoond worden (art. 49 WIB 92). Indien achteraf blijkt dat de werkelijke kosten lager liggen dan het forfait, dan zal de fiscus alsnog het forfait toepassen. In een eenmanszaak kan zo’n forfait echter niet gebruikt worden.
Het beroepskostenforfait bedraagt 3% van het loon dat een bedrijfsleider uit zijn vennootschap haalt na aftrek van de sociale bijdragen en eventuele VAPZ-premies. Op het forfait staat een maximum dat jaarlijks wordt geïndexeerd. Het forfait is voor inkomstenjaar 2022/aanslagjaar 2023 begrensd tot nl. € 2.660 (inkomstenjaar 2021/aj. 2022: € 2.590).