Foutief “btw-verlegd” bij werken in onroerende staat: vanaf 01.01.2023 aansprakelijkheid verschoven naar klant-bouwheer
Een aannemer die zgn. werken in onroerende staat uitvoert voor een btw-plichtige moet die in principe factureren zonder btw.
-
Geregistreerd kassasysteem horeca (GKS) 2.0: tolerantieperiode opnieuw verlengd tot en met 30 juni 2026!
Voor (nieuwe) horecazaken die een GKS moeten gebruiken (omzetdrempel van € 25.000 (excl. btw) overschreden in de periode van 1 april 2026 t.e.m. 30 juni 2026) maar nog geen GKS hebben, wordt de verplichte installatie van het nieuwe geregistreerd kassasysteem: GKS 2.0 (de ‘witte kassa’) een laatste keer uitgesteld. Deze verplichting werd eerder al uitgesteld tot en met 31 maart 2026, maar de tolerantie loopt nu door tot en met 30 juni 2026.
-
Aangifte personenbelasting 2025: deze documenten moet u tijdig aanleveren aan uw accountant
Uw aangifte personenbelasting over 2025 moet uiterlijk op 15 juli 2026 via Tax-on-web worden ingediend. Heeft u een ‘complexe’ aangifte, dan dient u deze uiterlijk op 16 oktober 2026 in te dienen. Maar welke informatie en documenten moet u zeker nog aan uw accountant bezorgen?
-
Btw-klantenlisting en vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen: deadline verschoven van 31 maart 2026 naar 30 april 2026
Zoals eerder gecommuniceerd moeten kleine ondernemingen die onder de btw-vrijstellingsregeling vallen, voortaan een klantenlisting indienen, ook als het om een nihillisting (u heeft geen enkele klant die in de listing vermeld moet worden) gaat. Vanaf nu moeten zij via die jaarlijkse klantenlisting ook hun totale jaaromzet doorgeven.
Een aannemer die zgn. werken in onroerende staat uitvoert voor een btw-plichtige moet die in principe factureren zonder btw. Op de factuur van de aannemer staat dan “btw verlegd” vermeld. De btw-plichtige klant moet bijgevolg zelf de verschuldigde btw in rekening brengen en doorstorten naar de Staat.
Eén van de toepassingsvoorwaarden om te kunnen factureren met “btw verlegd” is dat de btw-plichtige klant op periodieke basis btw-aangiften indient (KB nr. 1, art. 20, §3). Bijgevolg kan die btw-verleggingsregel niet toegepast worden zo de aannemer factureert aan een zgn. kleine ondernemer voor de btw die weliswaar over een btw-nummer beschikt maar die geen btw-aangiften moet indienen op maand- of kwartaalbasis. Bijgevolg moet de aannemer in zulk geval factureren met btw in plaats van met “btw verlegd”. Bij foutieve toepassing is de aannemer daarvoor aansprakelijk.
Vanaf 1 januari 2023 moet een aannemer voor zijn werkende onroerende staat gefactureerd aan een btw-plichtige volgende vermelding of zijn factuur plaatsen (KB 26.10.2022, BS 10.11.2022, ed. 2, 10.11.2022, art. 13): “Verlegging van heffing. Bij gebrek aan schriftelijke betwisting binnen een termijn van één maand na de ontvangst van de factuur, wordt de afnemer geacht te erkennen dat hij een belastingplichtige is gehouden tot de indiening van periodieke aangiften. Als die voorwaarde niet vervuld is, is de afnemer ten aanzien van die voorwaarde aansprakelijk voor de betaling van de verschuldigde belasting, interesten en geldboeten.”
Als de aannemer dan ten onrechte met “btw verlegd” factureert, maar die vermelding heeft opgenomen op zijn factuur, dan is hij niet langer aansprakelijk voor de betaling van de btw, zo zijn klant niet binnen de maand na de ontvangst van zijn factuur reageert. Het is dan de klant-bouwheer die aansprakelijk is voor de betaling van de verschuldigde btw, interesten en geldboeten.