Gebouw afschrijven op 33 jaar of korter?
Wanneer een belastingplichtige een actief aanschaft dat in de loop van de tijd een waardevermindering ondergaat, mag hij dit actief via afschrijvingen in kosten nemen.
-
Btw-klantenlisting en vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen: deadline verschoven van 31 maart 2026 naar 30 april 2026
Zoals eerder gecommuniceerd moeten kleine ondernemingen die onder de btw-vrijstellingsregeling vallen, voortaan een klantenlisting indienen, ook als het om een nihillisting (u heeft geen enkele klant die in de listing vermeld moet worden) gaat. Vanaf nu moeten zij via die jaarlijkse klantenlisting ook hun totale jaaromzet doorgeven.
-
Kilometervergoeding licht geïndexeerd sinds 01.04.2026
Als een bedrijfsleider of werknemer beroepsmatige verplaatsingen maakt met zijn eigen auto, dan kan hij daarvoor een forfaitaire onkostenvergoeding van respectievelijk zijn vennootschap of zijn werkgever krijgen.
-
Uw studerend kind als jobstudent of student zelfstandige in de eigen vennootschap?
Uw studerend kind wil in de weekends en/of de vakanties werken om een eigen inkomen te verkrijgen, en zou eigenlijk wel nuttig werk kunnen verrichten voor uw onderneming. Er zijn dan twee mogelijkheden: doet hij dat dan het beste als jobstudent of als student-zelfstandige?
De fiscus aanvaardt voor de meeste soorten activa forfaitaire afschrijvingstermijnen. Volgens de zgn. administratieve commentaar op het WIB 92 wordt een afschrijving over 20 jaar voor een industrieel gebouw als redelijk beschouwd, voor een handels- of kantoorgebouw is dat 33 jaar (Comm. IB 61/120, 123-124).
Die commentaar is echter geen wet, maar enkel de interpretatie van de wet door de fiscus. Wat een redelijke afschrijvingstermijn is, hangt af van de concrete omstandigheden. Is het gebouw bv. al 25 jaar oud alvorens uw onderneming het koopt, dan is een kortere afschrijvingstermijn (bv. op 20 jaar) fiscaal verdedigbaar.
Wilt u sneller afschrijven, dan moet u wel een snellere waardevermindering kunnen aantonen, bv. met een verslag van een expert. De bewijslast ligt immers bij de belastingplichtige.