Geen forfaitaire raming meer van belastbare voordelen?
Een bestuurder die van zijn vennootschap bv. een smartphone gratis ter beschikking krijgt, wordt daar privé op belast via een zgn. voordeel alle aard.
-
Wettelijke interestvoet 2026 voor de win-winlening blijft hetzelfde als in 2025: 2,25%-4,50%
Als Vlaamse kmo (of zelfstandige of vrije beroeper) kan u in 2026 nog altijd een win-winlening afsluiten bij particulieren tegen dezelfde interestvoet als in 2025, nl. tussen 2,25% en 4,50%.
-
Fiscale fiche personeel en bedrijfsleider 2025 ten laatste op 28 februari 2026 indienen
De fiscale fiches vermelden welke inkomsten, zoals bezoldigingen en loon, u als werkgever of schuldenaar van inkomsten heeft toegekend of betaald en aan wie.
-
Vraag de vernieuwing van "handelaarsplaten” uiterlijk aan op 13 februari 2026
Garagisten en andere voertuighandelaars moeten jaarlijks de geldigheid van hun handelaarsplaten laten vernieuwen. Om de vernieuwing aan te vragen, is een btw attest nodig. Daarbij moeten minstens 12 verkoopfacturen kunnen worden voorgelegd die niet ouder zijn dan 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag.
Een bestuurder die van zijn vennootschap bv. een smartphone gratis ter beschikking krijgt, wordt daar privé op belast via een zgn. voordeel alle aard. Dat voordeel wordt forfaitair geraamd en zijn vastgelegd bij artikel 18 KB/WIB 1992. Hoe zit dat dan eigenlijk wanneer een bestuurder een goedkope lening van zijn vennootschap krijgt en daarvoor een marktconforme vergoeding betaalt, die weliswaar lager ligt dan de referentierentevoeten bij K.B. bepaald. Is er dan nog sprake van een privé belastbaar voordeel?
In het verleden had de toenmalige minister van Financiën bepaald dat in geen geval de marktconforme rentevoet in acht mag worden genomen. Het K.B. moet voorrang krijgen. Het Hof van beroep te Antwerpen is echter een andere mening toegedaan. In casu ging het om een bedrijfsleider die een rente van 4,5% betaalde op de voorschotten die hem in rekening-courant worden toegestaan door zijn vennootschap. De fiscus was het daar niet mee eens en belast hem op een voordeel ten beloop van het verschil tussen de door de Koning vastgestelde referentierentevoet (in casu 9% voor het betrokken jaar) en de toegepaste rentevoet (4,5%). De bedrijfsleider is echter van mening dat de toegepaste rentevoet marktconform is zodat er van een voordeel geen sprake kan zijn.
Het Hof sprak zich op 28 mei 2019 uit in het voordeel van de bedrijfsleider. Er kan slechts sprake zijn van een voordeel indien er geen evenwaardige tegenprestatie is overeengekomen voor de verstrekte lening. Dat neemt niet weg dat de fiscus kan terugvallen op de officieel vastgestelde referentierentevoeten om daaruit het vermoeden van een belastbaar voordeel te halen. Echter, de referentierentevoeten vormen geen onweerlegbaar vermoeden. Er is de mogelijkheid om het tegenbewijs te leveren dat het werkelijke voordeel lager ligt. Vermits in casu dat bewijs geleverd werd, sprak het Hof zich uit in het voordeel van de bestuurder.