Gemengd btw-plichtig: wanneer btw-aftrek volgens werkelijk gebruik verplicht?
U bent gemengd btw-plichtig als u zowel prestaties verricht met btw en die dus ook recht op aftrek verlenen, als prestaties die vrijgesteld zijn van btw (artikel 44 W. Btw) en dus geen recht op aftrek van btw verlenen. Als gemengde btw-plichtige rekent u dus op een deel van uw omzet btw en op een ander deel niet.
-
Btw-klantenlisting en vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen: deadline verschoven van 31 maart 2026 naar 30 april 2026
Zoals eerder gecommuniceerd moeten kleine ondernemingen die onder de btw-vrijstellingsregeling vallen, voortaan een klantenlisting indienen, ook als het om een nihillisting (u heeft geen enkele klant die in de listing vermeld moet worden) gaat. Vanaf nu moeten zij via die jaarlijkse klantenlisting ook hun totale jaaromzet doorgeven.
-
Kilometervergoeding licht geïndexeerd sinds 01.04.2026
Als een bedrijfsleider of werknemer beroepsmatige verplaatsingen maakt met zijn eigen auto, dan kan hij daarvoor een forfaitaire onkostenvergoeding van respectievelijk zijn vennootschap of zijn werkgever krijgen.
-
Uw studerend kind als jobstudent of student zelfstandige in de eigen vennootschap?
Uw studerend kind wil in de weekends en/of de vakanties werken om een eigen inkomen te verkrijgen, en zou eigenlijk wel nuttig werk kunnen verrichten voor uw onderneming. Er zijn dan twee mogelijkheden: doet hij dat dan het beste als jobstudent of als student-zelfstandige?
Een (btw-plichtige) beenhouwer die dan bv. een of meer woningen of appartementen verhuurt, wordt bijgevolg beschouwd als een gemengde btw-plichtige. De verhuur van onroerend goed is in principe immers vrijgesteld van btw.
De btw-aftrek van een gemengde btw-plichtige wordt bepaald volgens ofwel de methode van het algemeen verhoudingsgetal, ofwel de methode van het werkelijk gebruik. Als u echter naast uw btw-plichtige activiteit ook een of meer woningen of appartementen verhuurt, heeft u die keuzemogelijkheid niet! Uw btw-plichtige activiteit is dan immers heel gemakkelijk te onderscheiden van uw verhuuropbrengsten (KB nr. 3, art. 18ter). U bent bijgevolg ook verplicht om de methode van het werkelijke gebruik toe te passen (parl. vr. nr. 1431, Vermeersch, 06.04.2023).