Grondwettelijk hof vernietig cash for car-regeling
Door de wet van 30 maart 2018 werd een regeling ingevoerd waarbij werknemers hun bedrijfswagen kunnen inruilen voor een mobiliteitsvergoeding.
-
Wettelijke interestvoet bij betalingsachterstand b2b blijft voor de tweede helft van 2026 10,5%
De interestvoet die u in de tweede helft van 2026 kunt aanrekenen als u zaken doet met andere ondernemers die uw facturen te laat betalen, is bekend.
-
Werken rond uw privéwoning aan 6% btw?
In principe mag een aannemer aan 6% btw factureren als hij zgn. werken in onroerende staat uitvoert aan een pand dat minstens 10 jaar oud is en dat na de werken hoofdzakelijk voor privédoeleinden gebruikt wordt.
-
Beleggen met uw vennootschap of privé: wat levert netto het meeste op?
Uw vennootschap heeft bv. € 20.000 op de bankrekening staan die u zou willen beleggen in aandelen. Wat doet u dan het beste: dat bedrag nu als een dividend uitkeren en privé beleggen of de belegging door uw vennootschap laten doen en het geld later naar u privé halen?
Door de wet van 30 maart 2018 werd een regeling ingevoerd waarbij werknemers hun bedrijfswagen kunnen inruilen voor een mobiliteitsvergoeding. Op sociaal en fiscaal vlak wordt die vergoeding gunstig behandeld. Een aantal vakbonden en klimaatorganisaties hadden echter een klacht ingediend tegen deze regeling.
Het Grondwettelijk hof heeft de 'cash for car'-regeling ongrondwettig bevonden (Arrest nr. 11/2020, 23.01.2020). Volgens het Hof zijn zowel het algemene opzet van de regeling als bepaalde aspecten van de concrete uitwerking ervan problematisch in het licht van de grondwettelijke beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie. Concreet zou deze regeling immers leiden tot een niet-gerechtvaardigde, ongelijke behandeling van loon vermits werknemers die geen bedrijfswagen ter beschikking hebben er geen gebruik van kunnen maken.
Wie reeds gebruikt gemaakt heeft van de ‘cash for car’-regeling krijgt van het Hof in principe tijd tot eind 2020 om over te stappen naar een andere regeling. Een mogelijk alternatief vormt het in 2019 ingevoerde mobiliteitsbudget.