Het huwelijksquotiënt wordt geleidelijk afgebouwd vanaf aanslagjaar 2027 (inkomstenjaar 2026)
In het kader van het regeerakkoord 2025-2029 werd de wet tot hervorming van de personenbelasting gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Deze wet bouwt onder andere het huwelijksquotiënt geleidelijk af.
-
Als eenmanszaak maximaal 40% degressief afschrijven?
Heeft u een eenmanszaak? Dan kunt u kiezen tussen een lineaire en een degressieve afschrijving. Heeft u een vennootschap? Dan is degressief afschrijven momenteel niet mogelijk.
-
Meerwaardebelasting: hoe bepaalt u de waarde van uw aandelen op 31.12.2025?
Verkoopt u aandelen van uw eigen vennootschap, dan wordt voor de meerwaardebelasting de aanschaffingswaarde ervan in principe vastgelegd op 31.12.2025. Er worden mogelijk vier waardes met elkaar vergeleken en de hoogste mag u in rekening brengen. Een woordje uitleg.
-
Brussel fiscaliteit gebruikt eBox als officieel communicatiekanaal
Sinds 15 juli 2026 is eBox het officiële digitale communicatiekanaal van Brussel Fiscaliteit. Elektronische berichten die u via eBox ontvangt, hebben voortaan dezelfde juridische waarde als papieren documenten.
Het huwelijksquotiënt is een mechanisme in de personenbelasting waardoor een deel (tot 30%) van het beroepsinkomen van de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner met het hoogste loon toegerekend wordt aan de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner met het laagste inkomen. Het idee daarachter is eenvoudig: door een deel van het inkomen te verschuiven naar de partner die in een lagere belastingschijf zit, wordt een groter deel van het gezamenlijke inkomen tegen een lager tarief belast. Daardoor daalt in principe de totale personenbelasting die u als koppel verschuldigd bent. Dit voordeel is interessant voor eenverdieners of koppels waar één partner veel meer verdient dan de andere.
Om van het huwelijksquotiënt te kunnen genieten, moet u een gezamenlijke aangifte indienen. Daarnaast moeten de beroepsinkomsten van de partner met het laagste inkomen lager zijn dan 30% van de totale beroepsinkomsten van beide partners samen.
Voor aanslagjaar 2026 wordt er maximaal € 13.460 van de ene partner naar de andere verschoven.
Voor niet-gepensioneerden zal dit maximumbedrag over de aanslagjaren 2027-2030 gehalveerd worden. Tegen inkomstenjaar 2029 (aanslagjaar 2030) zal het maximale bedrag om over te hevelen dus gehalveerd zijn.
Voor 66-plussers wordt het huwelijksquotiënt niet in één keer afgeschaft, maar over een periode van 20 jaar afgebouwd. Zij zullen nog steeds maximaal 30% van het beroepsinkomen kunnen overhevelen, maar het maximumbedrag dat voor het huwelijksquotiënt in aanmerking komt, zal geleidelijk dalen.
Vanaf aanslagjaar 2027 wordt het maximumbedrag bovendien niet langer geïndexeerd.