Hof van Beroep spreekt zich uit over btw-teruggaaftermijn voor niet-EU ondernemingen
Een btw-plichtige onderneming moet de btw kunnen recupereren op haar aankopen vermits de btw een eindbelasting is.
-
Wettelijke interestvoet bij betalingsachterstand b2b blijft voor de tweede helft van 2026 10,5%
De interestvoet die u in de tweede helft van 2026 kunt aanrekenen als u zaken doet met andere ondernemers die uw facturen te laat betalen, is bekend.
-
Werken rond uw privéwoning aan 6% btw?
In principe mag een aannemer aan 6% btw factureren als hij zgn. werken in onroerende staat uitvoert aan een pand dat minstens 10 jaar oud is en dat na de werken hoofdzakelijk voor privédoeleinden gebruikt wordt.
-
Beleggen met uw vennootschap of privé: wat levert netto het meeste op?
Uw vennootschap heeft bv. € 20.000 op de bankrekening staan die u zou willen beleggen in aandelen. Wat doet u dan het beste: dat bedrag nu als een dividend uitkeren en privé beleggen of de belegging door uw vennootschap laten doen en het geld later naar u privé halen?
Een btw-plichtige onderneming moet de btw kunnen recupereren op haar aankopen vermits de btw een eindbelasting is. Dit principe geldt ook voor ondernemingen die niet in de EU gevestigd zijn. Zo zij geen Belgische btw-aangiften indienen waarin zij de btw kunnen recupereren, moet zij een specifieke aanvraag tot teruggave indienen. De modaliteiten hiertoe zijn geregeld bij K.B. nr. 4. Daarin wordt bepaald dat de aanvraag tot teruggaaf uiterlijk moet ingediend worden op 30 september van het kalenderjaar volgend op het tijdvak waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft.
In een zaak die voor het Hof van beroep te Brussel kwam werd de aanvraag tot teruggaaf echter pas maart 2011 en november 2012 ingediend. In het W. Btw staat echter te lezen dat de vordering tot teruggaaf maar verjaart na het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van de btw-teruggaaf zich heeft voorgedaan. Volgens het Hof is de aanvraag in casu dus niet te laat vermits een K.B. slechts mag toegepast worden voor zover dat in overeenstemming is met de wet (art. 159 G.W.). In casu was dat niet het geval. De termijn van K.B. nr. 4 moet volgens het Hof dan ook wijken voor de langere termijn uit het W. Btw (Brussel 03.12.2019).