Internationale vervoersdiensten in onderaanneming niet meer vrijgesteld van btw vanaf 01.04.2022
Vervoer van goederen is een dienstverrichting die onderhevig is aan btw.
-
Koopt u een nieuwe auto beter nog in 2026 dan in 2027?
Stel u wil een nieuwe auto aankopen of leasen voor uw onderneming (eenmanszaak of vennootschap). Kan u dit dan beter nog in 2026 doen of kan u fiscaal gezien evengoed wachten tot in 2027?
-
Wanneer heeft uw vennootschap recht op investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
Doet uw kleine vennootschap een nieuwe investering, dan kan zij daarvoor onder bepaalde voorwaarden genieten van de investeringsaftrek. Wanneer moet die investering precies gebeuren om nog recht te hebben op de investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
-
Winst toegewezen aan een liquidatiereserve
Om de correcte beslissingen te nemen tijdens en bij de afsluiting van boekjaar 2025, moeten drie vragen gesteld worden: 1. Vanaf welke tijdstip kunnen – eerder aangelegde – liquidatiereserves fiscaal voordelig uitgekeerd worden? 2. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves vervroegd uit te keren? 3. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves aan te leggen voor boekjaar 2025?
Vervoer van goederen is een dienstverrichting die onderhevig is aan btw. Indien vervoersdiensten echter samenhangen met de uitvoer van goederen of goedereninvoer die onder één van de douaneregelingen valt, dan is onder bepaalde voorwaarden het goederenvervoer ook vrijgesteld van btw. Het is nl. vereist dat het goederenvervoer rechtstreeks samenhangt met o.m. de uitvoer van goederen.
In navolging van Europese rechstpraak heeft de Btw-administratie een circulaire uitgevaardigd waarbij aan het begrip ‘rechtstreeks samenhangen’ een enge interpretatie wordt gegeven. In circulaire 2021/C/96 van 27 oktober 2021 is bepaald dat de btw-vrijstelling slechts geldt indien de diensten rechtstreeks voor de uitvoerder of de ontvanger van de betreffende goederen worden verricht. Vervoersdiensten in onderaanneming vallen dus uit de boot voor de btw-vrijstelling ter zake. Aanvankelijk zou de nieuwe zienswijze vanaf 1 januari 2022 in werking treden, maar via circulaire 2021/C/101 van 22 november 2021 laat de Administratie weten dat dat is uitgesteld naar 1 april 2022.