Laadpaal leidt niet tot hoger kadastraal inkomen
Zo de huurwaarde van een pand aanzienlijk gestegen is door werken (meer dan € 50 of 15% van het bestaande kadastraal inkomen/ki), dan heeft dit een hoger ki tot gevolg en in de eerste plaats dus ook een hogere onroerende voorheffing.
-
Koopt u een nieuwe auto beter nog in 2026 dan in 2027?
Stel u wil een nieuwe auto aankopen of leasen voor uw onderneming (eenmanszaak of vennootschap). Kan u dit dan beter nog in 2026 doen of kan u fiscaal gezien evengoed wachten tot in 2027?
-
Wanneer heeft uw vennootschap recht op investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
Doet uw kleine vennootschap een nieuwe investering, dan kan zij daarvoor onder bepaalde voorwaarden genieten van de investeringsaftrek. Wanneer moet die investering precies gebeuren om nog recht te hebben op de investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
-
Winst toegewezen aan een liquidatiereserve
Om de correcte beslissingen te nemen tijdens en bij de afsluiting van boekjaar 2025, moeten drie vragen gesteld worden: 1. Vanaf welke tijdstip kunnen – eerder aangelegde – liquidatiereserves fiscaal voordelig uitgekeerd worden? 2. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves vervroegd uit te keren? 3. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves aan te leggen voor boekjaar 2025?
Gaat het om een pand van de vennootschap waar een bedrijfsleider gratis in woont, dan zorgt een verhoging van het ki ook voor een hoger privé belastbaar voordeel alle aard. In de forfaitaire berekening van dat voordeel wordt immers rekening gehouden met het ki. Verhuurt een bedrijfsleider zijn privépand aan zijn eigen vennootschap, dan kan die wel meer huur vragen vermits de herkwalificatiegrens (naar privé belastbaar loon onderworpen aan de progressieve tarieven in de personenbelasting, dus tot 50%), berekend op o.m. het ki, dan ook hoger komt te liggen.
Laat u echter een laadpaal installeren aan een gebouw, dan wordt het ki niet herschat. Volgens de minister van Financiën heeft een laadpaal immers geen invloed op het gebruik van een gebouw en dus ook niet op het ki (parl. vr. nr. 658, Van den Bergh, 30.09.2021).