Meerwaardebelasting: hoe wordt er bepaald of u een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
Sinds 1 januari 2026 is er, zoals eerder gecommuniceerd, een belasting op meerwaarden op financiële vaste activa in uw privévermogen, zoals aandelen. Belegt u als particulier op een gewone, niet beroepsmatige manier, dan wordt de meerwaarde in principe belast aan 10%. Hoe wordt dan bekeken of u effectief een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
-
Btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen: omzetdrempel € 25.000
Is uw jaaromzet exclusief btw niet hoger dan € 25.000, dan kan u in principe kiezen voor de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen. U moet dan geen btw aanrekenen op facturen aan uw klanten en dus ook geen periodieke btw-aangiftes meer indienen.
-
Tweedehandsauto aankopen met uw vennootschap
Zoals u wellicht weet, zijn de autokosten van een auto die niet 100% emissievrij is, zoals een hybride auto of een auto met een verbrandingsmotor, die u in 2026 met uw vennootschap aankoopt, niet langer aftrekbaar voor uw vennootschap. Maar wat als u een tweedehandsauto aankoopt die al vóór 2026 in gebruik was?
-
Maximale aftrekbare VAPZ-premies in 2026
Als zelfstandige kunt u op een fiscaal voordelige manier een extra pensioen opbouwen door premies te storten in een vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ) of een sociaal vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (sociaal VAPZ). Deze premies zijn onder bepaalde voorwaarden fiscaal aftrekbaar in uw personenbelasting.
Voor aandelen en andere financiële activa die u al vóór 2026 bezat, wordt eerst een startpunt vastgelegd. Dat startpunt is de waarde van uw activa op 31 december 2025.
Verkoopt u uw activa (bijvoorbeeld aandelen) na 1 januari 2026, dan vergelijkt men de waarde op het moment van verkoop met de waarde op 31 december 2025 (de fiscale startwaarde). Alles wat u méér krijgt dan de waarde op 31 december 2025, is in principe de belastbare meerwaarde.
Het kan dat u uw activa ooit duurder heeft gekocht dan ze waard waren op 31 december 2025.
In dat geval mag u tot en met 31 december 2030 proberen te bewijzen dat uw historische aanschaffingswaarde hoger ligt. Lukt dat, dan mag u die hogere aankoopprijs gebruiken als basis. Dat kan ervoor zorgen dat uw belastbare meerwaarde kleiner wordt, of zelfs wegvalt.
Maakt u verlies bij de verkoop, dan spreekt men van een minwaarde. Een minwaarde is het negatieve verschil tussen de verkoopprijs en de aanschaffingswaarde. Zo’n minwaarde mag u in mindering brengen van uw gerealiseerde meerwaarden, maar alleen binnen hetzelfde belastingjaar. Met andere woorden: een verlies in jaar X kan u niet gebruiken om een meerwaarde in jaar Y te compenseren.