Nieuwe indexatie dagvergoeding binnenlandse dienstreizen sinds 01.10.2021
Een bedrijfsleider die binnen België een dienstverplaatsing maakt, mag zich hiervoor onder bepaalde voorwaarden een forfaitaire dagvergoeding laten uitkeren door zijn vennootschap
-
Wettelijke interestvoet bij betalingsachterstand b2b blijft voor de tweede helft van 2026 10,5%
De interestvoet die u in de tweede helft van 2026 kunt aanrekenen als u zaken doet met andere ondernemers die uw facturen te laat betalen, is bekend.
-
Werken rond uw privéwoning aan 6% btw?
In principe mag een aannemer aan 6% btw factureren als hij zgn. werken in onroerende staat uitvoert aan een pand dat minstens 10 jaar oud is en dat na de werken hoofdzakelijk voor privédoeleinden gebruikt wordt.
-
Beleggen met uw vennootschap of privé: wat levert netto het meeste op?
Uw vennootschap heeft bv. € 20.000 op de bankrekening staan die u zou willen beleggen in aandelen. Wat doet u dan het beste: dat bedrag nu als een dividend uitkeren en privé beleggen of de belegging door uw vennootschap laten doen en het geld later naar u privé halen?
Een bedrijfsleider die binnen België een dienstverplaatsing maakt, mag zich hiervoor onder bepaalde voorwaarden een forfaitaire dagvergoeding laten uitkeren door zijn vennootschap. Het fiscaal voordeel is dat die kost voor de vennootschap 100% aftrekbaar is en de bedrijfsleider er privé niet op wordt belast, althans zolang die vergoeding niet hoger ligt dan wat federale ambtenaren krijgen voor hun dienstreizen. Wie een eenmanszaak heeft, kan zich niet beroepen op dat forfait.
Het forfait dat de fiscus aanvaardt bedroeg € 17,41 per dag voor de periode van 01.04.2020 tot en met 30.09.2021. Sinds 01.10.2021 mag u zichzelf, als gevolg van de indexatie, € 17,75 per dag toekennen. Wie dagelijks op de baan is (ofwel de hele dag (acht uur), ofwel minstens zes uur als het gaat om een verplaatsing over de middag), mag zich per maand € 278,56 (beperkt tot 16 dagen per maand) toekennen. Sinds 01.10.2021 bedraagt dit € 284 (€ 17,75 x 16) per maand. Indien kan aangetoond worden dat de werkelijk gedragen kosten hoger liggen dan deze forfaitaire bedragen, mag echter steeds het hoger bedrag toegekend worden.