Opeenvolgende huurcontracten van korte duur met btw?
In principe is een onroerende verhuur vrijgesteld van btw. Sinds 1 januari 2019 kunnen de verhuurder en huurder ervoor echter opteren om de verhuur van gebouwen, die sinds 1 oktober 2018 zijn opgericht met btw te laten verlopen.
-
Wettelijke interestvoet 2026 voor de win-winlening blijft hetzelfde als in 2025: 2,25%-4,50%
Als Vlaamse kmo (of zelfstandige of vrije beroeper) kan u in 2026 nog altijd een win-winlening afsluiten bij particulieren tegen dezelfde interestvoet als in 2025, nl. tussen 2,25% en 4,50%.
-
Fiscale fiche personeel en bedrijfsleider 2025 ten laatste op 28 februari 2026 indienen
De fiscale fiches vermelden welke inkomsten, zoals bezoldigingen en loon, u als werkgever of schuldenaar van inkomsten heeft toegekend of betaald en aan wie.
-
Vraag de vernieuwing van "handelaarsplaten” uiterlijk aan op 13 februari 2026
Garagisten en andere voertuighandelaars moeten jaarlijks de geldigheid van hun handelaarsplaten laten vernieuwen. Om de vernieuwing aan te vragen, is een btw attest nodig. Daarbij moeten minstens 12 verkoopfacturen kunnen worden voorgelegd die niet ouder zijn dan 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag.
In principe is een onroerende verhuur vrijgesteld van btw. Sinds 1 januari 2019 kunnen de verhuurder en huurder ervoor echter opteren om de verhuur van gebouwen, die sinds 1 oktober 2018 zijn opgericht met btw te laten verlopen. Het voordeel daarvan is dat de verhuurder btw kan recupereren op kosten die met de verhuur verband houden.
Een uitzondering op de regel is echter een kortdurende verhuur van maximaal 6 maanden die steeds met btw geschiedt. Bij een dergelijke verhuur moet er m.a.w. geen optie uitgeoefend worden. Dat het gebouw ‘oud’ of ‘nieuw’ is, speelt daarbij geen rol. In de praktijk gaat het vooral om een kortdurende verhuur van o.m. seminarieruimten, vergader- of feestzalen.
In een recente circulaire heeft de Btw-Administratie verduidelijkt dat bv. drie opeenvolgende huurcontracten van 3 maanden in zijn totaliteit moet bekeken worden. Het gaat dan m.a.w. niet meer om een korte termijn huurcontract, maar om een contract met een duurtijd, in het gegeven voorbeeld, van 9 maanden. Wordt bv. de initiële huurovereenkomst van 3 maanden, een eerste keer verlengd met drie maanden, dan blijft het een korte termijn verhuur vermits de termijn van 6 maanden niet overschreden is. Wordt het contract echter nog eens een derde maal verlengd met drie maanden, dan gaat het om contract van 9 maanden. De initiële huurovereenkomst en de eerste huurverlening blijven wel verplicht met btw. Echter, opdat de derde huurverlenging met btw kan geschieden, dan moeten de huurder en de verhuurder daarvoor dus opteren, zo evenwel de andere toepassingsvoorwaarden vervuld zijn.