Recht van bewoning aftrekbaar als onderhoudsgeld volgens beroepsrechter
In de echtscheiding met onderlinge toestemming kan een echtpaar verschillende overeenkomsten over onderhoudsgelden maken.
-
Koopt u een nieuwe auto beter nog in 2026 dan in 2027?
Stel u wil een nieuwe auto aankopen of leasen voor uw onderneming (eenmanszaak of vennootschap). Kan u dit dan beter nog in 2026 doen of kan u fiscaal gezien evengoed wachten tot in 2027?
-
Wanneer heeft uw vennootschap recht op investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
Doet uw kleine vennootschap een nieuwe investering, dan kan zij daarvoor onder bepaalde voorwaarden genieten van de investeringsaftrek. Wanneer moet die investering precies gebeuren om nog recht te hebben op de investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
-
Winst toegewezen aan een liquidatiereserve
Om de correcte beslissingen te nemen tijdens en bij de afsluiting van boekjaar 2025, moeten drie vragen gesteld worden: 1. Vanaf welke tijdstip kunnen – eerder aangelegde – liquidatiereserves fiscaal voordelig uitgekeerd worden? 2. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves vervroegd uit te keren? 3. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves aan te leggen voor boekjaar 2025?
In de echtscheiding met onderlinge toestemming kan een echtpaar verschillende overeenkomsten over onderhoudsgelden maken. Het onderhoudsgeld is een uitkering die een ex-echtgenoot betaalt aan de ex-partner of de kinderen na de echtscheiding. Deze uitkering tot levensonderhoud kan voortvloeien uit een rechterlijke beslissing of door een onderling akkoord (EOT). Fiscaal is de onderhoudsuitkering onder bepaalde voorwaarden voor 80% aftrekbaar voor de ex-echtgenoot die ze betaalt. Zo moeten o.m. de betalingen regelmatig zijn.
Het Hof van Beroep te Antwerpen sprak zich op 2 juni 2020 uit over het verlenen van een recht van bewoning als onderhoudsgeld. De beroepsrechter stelt dat men het toegekende recht van bewoning niet mag zien als een periodieke onderhoudsbijdrage. De voorwaarde van de regelmatige betalingen is hierbij dan ook niet van toepassing. De EOT-overeenkomst draagt in casu definitief het recht van bewoning over aan de ex-partner met daarbij de vermelding van de maandelijkse huurwaarde en de gekapitaliseerde waarde. De fiscus moet het eenmalig kapitaal gewaardeerd op basis van de levensverwachting van de ex-partner aanvaarden.