Retro-actieve versoepeling voorwaarden buitenlandse dagvergoeding
In een recente circulaire over de buitenlandse dagvergoeding (Circ. 2025/C/70, 27.10.2025) zijn de regels rond de duur van de dienstreis en de behandeling van de vertrek- en terugkomdagen aangepast. Deze aanpassingen gelden retro-actief vanaf 1 januari 2025.
-
Wettelijke interestvoet 2026 voor de win-winlening blijft hetzelfde als in 2025: 2,25%-4,50%
Als Vlaamse kmo (of zelfstandige of vrije beroeper) kan u in 2026 nog altijd een win-winlening afsluiten bij particulieren tegen dezelfde interestvoet als in 2025, nl. tussen 2,25% en 4,50%.
-
Fiscale fiche personeel en bedrijfsleider 2025 ten laatste op 28 februari 2026 indienen
De fiscale fiches vermelden welke inkomsten, zoals bezoldigingen en loon, u als werkgever of schuldenaar van inkomsten heeft toegekend of betaald en aan wie.
-
Vraag de vernieuwing van "handelaarsplaten” uiterlijk aan op 13 februari 2026
Garagisten en andere voertuighandelaars moeten jaarlijks de geldigheid van hun handelaarsplaten laten vernieuwen. Om de vernieuwing aan te vragen, is een btw attest nodig. Daarbij moeten minstens 12 verkoopfacturen kunnen worden voorgelegd die niet ouder zijn dan 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag.
Wanneer u voor uw werk naar het buitenland reist, mag uw werkgever of vennootschap u een belastingvrije en socialezekerheidsvrije dagvergoeding toekennen. Bovendien is deze vergoeding volledig fiscaal aftrekbaar voor de werkgever/vennootschap, zonder dat er bewijsstukken moeten worden voorgelegd. De hoogte van deze vergoeding hangt af van het land van bestemming en de duur van uw verblijf. De volledige lijst van dagvergoedingen vindt u in bijlage 1 van circulaire 2025/C/70.
Deze forfaitaire vergoeding dient om uw kleine kosten, zoals maaltijden, drank en lokaal vervoer, te dekken. Huisvestingskosten (overnachtingskosten en ontbijt) zijn hiervan uitgesloten en mogen apart terugbetaald worden aan de werknemer of bedrijfsleider. Zitten in de apart terugbetaalde huisvestigingskosten, bv. hotelfactuur, ook andere maaltijden dan het ontbijt of kleine uitgaven dan wordt de forfaitaire buitenlandse dagvergoeding procentueel verminderd met 35% voor een lunch, 45% voor een avondmaal en 20% voor kleine uitgaven.
Tot eind 2024 gold dat de afwezigheid minstens tien uur moest duren om deze forfaitaire dagvergoeding te kunnen toekennen en voor de dagen van vertrek- en terugkom kon slechts een halve dagvergoeding worden toegekend.
Vanaf 2025 vervalt de minimumduur van tien uur en wordt de forfaitaire dagvergoeding voor dagen van vertrek- en terugkom niet langer gehalveerd.
De procentuele verminderingen (35% voor een middagmaal, 45% voor een avondmaal en 20% voor kleine uitgaven) moeten nu ook toegepast worden voor de dagen van vertrek en terugkeer als bepaalde kosten (zoals maaltijden of kleine uitgaven) in de apart terugbetaalde huisvestingskost zijn inbegrepen. Voor ontbijt is geen vermindering nodig. Concreet betekent dit dat wanneer bv. het diner in de hotelkost zit, het forfait met 45% moet worden verminderd, ook voor de vertrek- en terugkomdagen.