Ten onrechte betaalde bedrijfsvoorheffing of roerende voorheffing: in principe 5 jaar tijd voor bezwaar
Ten onrechte betaalde personenbelasting of vennootschapsbelasting kunt u terugvorderen door een bezwaarschrift in te dienen.
-
Wettelijke interestvoet bij betalingsachterstand b2b blijft voor de tweede helft van 2026 10,5%
De interestvoet die u in de tweede helft van 2026 kunt aanrekenen als u zaken doet met andere ondernemers die uw facturen te laat betalen, is bekend.
-
Werken rond uw privéwoning aan 6% btw?
In principe mag een aannemer aan 6% btw factureren als hij zgn. werken in onroerende staat uitvoert aan een pand dat minstens 10 jaar oud is en dat na de werken hoofdzakelijk voor privédoeleinden gebruikt wordt.
-
Beleggen met uw vennootschap of privé: wat levert netto het meeste op?
Uw vennootschap heeft bv. € 20.000 op de bankrekening staan die u zou willen beleggen in aandelen. Wat doet u dan het beste: dat bedrag nu als een dividend uitkeren en privé beleggen of de belegging door uw vennootschap laten doen en het geld later naar u privé halen?
De normale bezwaartermijn bedraagt één jaar (art. 371 WIB 92). Voor ingekohierde belastingen start die termijn op de derde werkdag na de verzending van het aanslagbiljet, voor bedrijfsvoorheffing (bv) of roerende voorheffing (rv), waarvoor u geen aanslagbiljet ontvangt, is dat op de derde werkdag na de datum van kennisgeving van de inning van de belasting.
Voor de bv of rv is niet de bezwaartermijn van één jaar toepasselijk, maar geldt een bijzondere termijn. De vordering tot terugbetaling van de ten onrechte gestorte voorheffingen verjaart dan pas na vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin de voorheffingen werden gestort (art. 368 WIB 92).
Stel op de jaarvergadering van uw vennootschap over het boekjaar 2020 heeft u zich als aandeelhouder in het voorjaar van 2021 een dividend laten toekennen waarop uw vennootschap 30% rv heeft ingehouden. U heeft dit dividend niet aangegeven in uw aangifte personenbelasting, omdat de rv zgn. bevrijdend is (art. 313, lid 1 WIB 92). Achteraf stelt u echter vast dat het tarief geen 30% moest zijn, maar 15%, omdat u recht had op de VVPR-bis (art. 269, §2 WIB 92). Voor de terugvordering van de te veel betaalde rv heeft u of uw vennootschap tijd tot 31 december 2025. Dat is vijf jaar vanaf 1 januari 2021.
De verjaringstermijn bedraagt maar drie i.p.v. vijf jaar voor een vordering tot teruggave van bv op basis van een vrijstelling van doorstorting (art. 368/1, lid 1 WIB 92), voor bv. overwerk, onderzoekers, ploegenarbeid, bepaalde sectoren, enz.