Tijdelijke versoepeling forfaitaire 35% btw-aftrek bedrijfswagen
De recuperatie van btw op bedrijfswagens is beperkt tot het beroepsmatig gebruik ervan (en bovendien sowieso beperkt tot 50%). Het beroepsgebruik kan volgens 3 methoden vastgesteld worden.
-
Koopt u een nieuwe auto beter nog in 2026 dan in 2027?
Stel u wil een nieuwe auto aankopen of leasen voor uw onderneming (eenmanszaak of vennootschap). Kan u dit dan beter nog in 2026 doen of kan u fiscaal gezien evengoed wachten tot in 2027?
-
Wanneer heeft uw vennootschap recht op investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
Doet uw kleine vennootschap een nieuwe investering, dan kan zij daarvoor onder bepaalde voorwaarden genieten van de investeringsaftrek. Wanneer moet die investering precies gebeuren om nog recht te hebben op de investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
-
Winst toegewezen aan een liquidatiereserve
Om de correcte beslissingen te nemen tijdens en bij de afsluiting van boekjaar 2025, moeten drie vragen gesteld worden: 1. Vanaf welke tijdstip kunnen – eerder aangelegde – liquidatiereserves fiscaal voordelig uitgekeerd worden? 2. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves vervroegd uit te keren? 3. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves aan te leggen voor boekjaar 2025?
De recuperatie van btw op bedrijfswagens is beperkt tot het beroepsmatig gebruik ervan (en bovendien sowieso beperkt tot 50%). Het beroepsgebruik kan volgens 3 methoden vastgesteld worden. In de eerste plaats kan men zich baseren op de werkelijk gereden beroepskilomters bv. op basis van een rittenadministratie (mehtode 1). Daarnaast kan een semi-forfaitaire berekening van het percentage privégebruik van de wagen gehanteerd worden (methode 2). Tenslotte kan er geopteerd worden voor een forfaitaire methode die het beroepsgebruik vastlegt op 35% (methode 3).
Belastingplichtigen (die twee of meerdere bedrijfswagens hebben) kunnen de forfaitaire methode (methode 3) normaliter niet combineren met één van de twee andere methodes. De derde methode moet tevens minstens 4 jaar gebruikt worden. De minister van Financiën heeft midden januari 2021 te kennen gegeven dat van die regels afgeweken wordt. Belastingplichtigen die de semi-forfaitaire methode (tweede methode) toepassen, kunnen zich voor kalenderjaar 2020 beroepen op het 35% forfait, maar voor 2021 kunnen ze weer terugvallen op de tweede methode. De vereiste om de forfaitaire methode minstens 4 jaar te gebruiken komt dus te vervallen. Er wordt ook toegelaten om gedurende kalenderjaar 2020 methode 2 en methode 3 te combineren.