Vanaf 01.07.2022 verplichting tot minstens één elektronische betaalmogelijkheid voor consumenten
Ondernemingen die hun economische activiteit naar particuliere klanten/consumenten richten moeten vanaf 1 juli 2022 aan hen minstens één elektronische betaalmogelijkheid aanbieden.
-
Wettelijke interestvoet bij betalingsachterstand b2b blijft voor de tweede helft van 2026 10,5%
De interestvoet die u in de tweede helft van 2026 kunt aanrekenen als u zaken doet met andere ondernemers die uw facturen te laat betalen, is bekend.
-
Werken rond uw privéwoning aan 6% btw?
In principe mag een aannemer aan 6% btw factureren als hij zgn. werken in onroerende staat uitvoert aan een pand dat minstens 10 jaar oud is en dat na de werken hoofdzakelijk voor privédoeleinden gebruikt wordt.
-
Beleggen met uw vennootschap of privé: wat levert netto het meeste op?
Uw vennootschap heeft bv. € 20.000 op de bankrekening staan die u zou willen beleggen in aandelen. Wat doet u dan het beste: dat bedrag nu als een dividend uitkeren en privé beleggen of de belegging door uw vennootschap laten doen en het geld later naar u privé halen?
Ondernemingen die hun economische activiteit naar particuliere klanten/consumenten richten moeten vanaf 1 juli 2022 aan hen minstens één elektronische betaalmogelijkheid aanbieden. Die verplichting zal echter niet gelden in een B2B-relatie, m.a.w. tussen ondernemingen wordt dat niet opgelegd.
Bij een elektronisch betaalmiddel gaat het om een betaalmiddel waar geen gebruik gemaakt wordt van munten en/of biljetten, maar ‘elektronisch’ mag zeer ruim opgevat worden. Het kan gaan van betalingen met een bankkaart via een terminal, tot betalingen via smartphoneapplicaties zoals Payconiq. Ook een betaling via bankoverschrijving of via Paypal is mogelijk. Maaltijdcheques worden echter niet beschouwd als een elektronisch betaalmiddel.
Voor de volledigheid geven we mee dat cashbetalingen steeds mogelijk blijven, zij het wel dat die dan beperkt moeten blijven tot max. € 3.000.