Vennootschapsbijdrage 2024 uiterlijk 31.12.2024 betalen
De vennootschapsbijdrage is de jaarlijkse bijdrage die uw vennootschap moet betalen aan het sociaal verzekeringsfonds.
-
Btw-klantenlisting en vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen: deadline verschoven van 31 maart 2026 naar 30 april 2026
Zoals eerder gecommuniceerd moeten kleine ondernemingen die onder de btw-vrijstellingsregeling vallen, voortaan een klantenlisting indienen, ook als het om een nihillisting (u heeft geen enkele klant die in de listing vermeld moet worden) gaat. Vanaf nu moeten zij via die jaarlijkse klantenlisting ook hun totale jaaromzet doorgeven.
-
Kilometervergoeding licht geïndexeerd sinds 01.04.2026
Als een bedrijfsleider of werknemer beroepsmatige verplaatsingen maakt met zijn eigen auto, dan kan hij daarvoor een forfaitaire onkostenvergoeding van respectievelijk zijn vennootschap of zijn werkgever krijgen.
-
Uw studerend kind als jobstudent of student zelfstandige in de eigen vennootschap?
Uw studerend kind wil in de weekends en/of de vakanties werken om een eigen inkomen te verkrijgen, en zou eigenlijk wel nuttig werk kunnen verrichten voor uw onderneming. Er zijn dan twee mogelijkheden: doet hij dat dan het beste als jobstudent of als student-zelfstandige?
In principe krijgt uw vennootschap daarvoor een betalingsuitnodiging. De bijdrage voor 2024 bedraagt € 387,34 (i.p.v. € 384,44) voor kmo’s of € 967,52 (i.p.v. € 960,26) voor grote vennootschappen (balanstotaal boekjaar 2022 hoger dan € 831.990,83), hetzij een lichte stijging van 0,76% t.o.v. 2023. Betaalt uw vennootschap deze bijdrage niet (tijdig), dan riskeert ze een boete van 1% van de bijdrage per maand vertraging.
Sinds 2023 moet uw vennootschap de vennootschapsbijdrage maar uiterlijk 31.12 (i.p.v. 30.06) betalen. Door de betaaldatum naar 31.12 te verplaatsen zal op het ogenblik van de invordering het balanstotaal van de meeste vennootschappen gekend zijn en kan bijgevolg onmiddellijk de juiste bijdrage geïnd worden.
Onder bepaalde voorwaarden geldt er wel een tijdelijke vrijstelling. Een startende vennootschap kan immers in de eerste drie jaren van zijn bestaan een vrijstelling vragen. Voorwaarde is wel dat ze: (1) ingeschreven is in de KBO; (2) niet de vorm van een NV heeft; (3) dit uitdrukkelijk aanvraagt via een modelformulier dat verkrijgbaar is bij de sociale kas.