Verminderingsdrempels voorlopig sociale bijdragen afgeschaft sinds 01.01.2022
Zelfstandigen betalen eerst voorlopig sociale bijdragen op basis van hun inkomen van drie jaar voordien.
-
Geregistreerd kassasysteem horeca (GKS) 2.0: tolerantieperiode opnieuw verlengd tot en met 30 juni 2026!
Voor (nieuwe) horecazaken die een GKS moeten gebruiken (omzetdrempel van € 25.000 (excl. btw) overschreden in de periode van 1 april 2026 t.e.m. 30 juni 2026) maar nog geen GKS hebben, wordt de verplichte installatie van het nieuwe geregistreerd kassasysteem: GKS 2.0 (de ‘witte kassa’) een laatste keer uitgesteld. Deze verplichting werd eerder al uitgesteld tot en met 31 maart 2026, maar de tolerantie loopt nu door tot en met 30 juni 2026.
-
Aangifte personenbelasting 2025: deze documenten moet u tijdig aanleveren aan uw accountant
Uw aangifte personenbelasting over 2025 moet uiterlijk op 15 juli 2026 via Tax-on-web worden ingediend. Heeft u een ‘complexe’ aangifte, dan dient u deze uiterlijk op 16 oktober 2026 in te dienen. Maar welke informatie en documenten moet u zeker nog aan uw accountant bezorgen?
-
Btw-klantenlisting en vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen: deadline verschoven van 31 maart 2026 naar 30 april 2026
Zoals eerder gecommuniceerd moeten kleine ondernemingen die onder de btw-vrijstellingsregeling vallen, voortaan een klantenlisting indienen, ook als het om een nihillisting (u heeft geen enkele klant die in de listing vermeld moet worden) gaat. Vanaf nu moeten zij via die jaarlijkse klantenlisting ook hun totale jaaromzet doorgeven.
Zelfstandigen betalen eerst voorlopig sociale bijdragen op basis van hun inkomen van drie jaar voordien. Die bijdragen worden geregulariseerd naar definitieve bijdragen zodra de inkomsten van het bijdragejaar gekend zijn. Voor bijdragejaar 2022 is 2019 bijgevolg het refertejaar. Er moet dan ofwel bijbetaald worden, ofwel krijgt de zelfstandige geld terug.
Als de zelfstandigie opmerkt dat de berekeningsbasis voor zijn sociale bijdragen te hoog is, kan hij bij zijn sociale kas een vermindering aanvragen voor zijn sociale bijdragen, rekening houdend met de inkomstendrempels. Afhankelijk van welk statuut de zelfstandige heeft (hoofdberoep, bijberoep, meewerkende echtgenoten, student-zelfstandigen, etc.) zijn er andere drempels van toepassing. De berekeningsbasis van de sociale bijdragen kan enkel verlaagd worden naar een inkomstendrempel als het geraamd netto belastbaar jaarinkomen onder deze drempel valt.
Voor een zelfstandige in hoofdberoep gaat het om volgende verminderingsdrempels (2021):
|
Inkomensdrempels |
Kwartaalbijdrage in € |
|
< 14.042,57 |
741,63 |
|
< 17.692,54 |
934,40 |
|
< 22.291,20 |
1.177,27 |
|
< 28.085,15 |
1.483,26 |
|
< 39.718,41 |
2.097,65 |
|
< 56.170,30 |
2.966,53 |
Sinds 01.01.2022 moet geen rekening meer gehouden worden met de inkomstendrempels om een verlaging van de berekeningsbasis van de sociale bijdragen aan te vragen (KB 23.12.2021, BS 18.01.2022). De berekeningsbasis kan dan effectief verlaagd worden naar het geraamd netto belastbaar jaarinkomen.
Nemen we als voorbeeld een zelfstandige in hoofdberoep (bestuurder van een vennootschap) die als berekeningsbasis voor zijn sociale bijdragen een netto belastbaar beroepsinkomen van € 25.000 heeft en die omwille van de coronacrisis en financiële tegenslagen zijn bezoldiging heeft verlaagd, waardoor hij voor het huidige jaar een geraamd netto belastbaar beroepsinkomen van € 16.000 heeft. Met de vorige regeling kan de zelfstandige de berekeningsbasis voor zijn sociale bijdragen enkel laten zakken naar de inkomstendrempel van € 17.692,54 en dus niet naar zijn geraamd netto belastbaar beroepsinkomen van € 16.000. Met de afschaffing van de verlagingsdrempels zal de zelfstandige zijn berekeningsbasis wel kunnen verlagen naar € 16.000 (om daarop haar voorlopige sociale bijdragen te laten berekenen), zonder dat dus rekening met gehouden worden met de wettelijk vastgestelde verminderingsdrempels. Houd er wel rekening mee dat o.m. voor zelfstandigen in hoofdberoep de wettelijke minimumdrempel behouden blijft. Zij kunnen m.a.w. nooit minder voorlopige sociale bijdragen betalen dan de minimumbijdrage.