Verminderingsdrempels voorlopig sociale bijdragen afgeschaft sinds 01.01.2022
Zelfstandigen betalen eerst voorlopig sociale bijdragen op basis van hun inkomen van drie jaar voordien.
-
Koopt u een nieuwe auto beter nog in 2026 dan in 2027?
Stel u wil een nieuwe auto aankopen of leasen voor uw onderneming (eenmanszaak of vennootschap). Kan u dit dan beter nog in 2026 doen of kan u fiscaal gezien evengoed wachten tot in 2027?
-
Wanneer heeft uw vennootschap recht op investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
Doet uw kleine vennootschap een nieuwe investering, dan kan zij daarvoor onder bepaalde voorwaarden genieten van de investeringsaftrek. Wanneer moet die investering precies gebeuren om nog recht te hebben op de investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
-
Winst toegewezen aan een liquidatiereserve
Om de correcte beslissingen te nemen tijdens en bij de afsluiting van boekjaar 2025, moeten drie vragen gesteld worden: 1. Vanaf welke tijdstip kunnen – eerder aangelegde – liquidatiereserves fiscaal voordelig uitgekeerd worden? 2. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves vervroegd uit te keren? 3. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves aan te leggen voor boekjaar 2025?
Zelfstandigen betalen eerst voorlopig sociale bijdragen op basis van hun inkomen van drie jaar voordien. Die bijdragen worden geregulariseerd naar definitieve bijdragen zodra de inkomsten van het bijdragejaar gekend zijn. Voor bijdragejaar 2022 is 2019 bijgevolg het refertejaar. Er moet dan ofwel bijbetaald worden, ofwel krijgt de zelfstandige geld terug.
Als de zelfstandigie opmerkt dat de berekeningsbasis voor zijn sociale bijdragen te hoog is, kan hij bij zijn sociale kas een vermindering aanvragen voor zijn sociale bijdragen, rekening houdend met de inkomstendrempels. Afhankelijk van welk statuut de zelfstandige heeft (hoofdberoep, bijberoep, meewerkende echtgenoten, student-zelfstandigen, etc.) zijn er andere drempels van toepassing. De berekeningsbasis van de sociale bijdragen kan enkel verlaagd worden naar een inkomstendrempel als het geraamd netto belastbaar jaarinkomen onder deze drempel valt.
Voor een zelfstandige in hoofdberoep gaat het om volgende verminderingsdrempels (2021):
|
Inkomensdrempels |
Kwartaalbijdrage in € |
|
< 14.042,57 |
741,63 |
|
< 17.692,54 |
934,40 |
|
< 22.291,20 |
1.177,27 |
|
< 28.085,15 |
1.483,26 |
|
< 39.718,41 |
2.097,65 |
|
< 56.170,30 |
2.966,53 |
Sinds 01.01.2022 moet geen rekening meer gehouden worden met de inkomstendrempels om een verlaging van de berekeningsbasis van de sociale bijdragen aan te vragen (KB 23.12.2021, BS 18.01.2022). De berekeningsbasis kan dan effectief verlaagd worden naar het geraamd netto belastbaar jaarinkomen.
Nemen we als voorbeeld een zelfstandige in hoofdberoep (bestuurder van een vennootschap) die als berekeningsbasis voor zijn sociale bijdragen een netto belastbaar beroepsinkomen van € 25.000 heeft en die omwille van de coronacrisis en financiële tegenslagen zijn bezoldiging heeft verlaagd, waardoor hij voor het huidige jaar een geraamd netto belastbaar beroepsinkomen van € 16.000 heeft. Met de vorige regeling kan de zelfstandige de berekeningsbasis voor zijn sociale bijdragen enkel laten zakken naar de inkomstendrempel van € 17.692,54 en dus niet naar zijn geraamd netto belastbaar beroepsinkomen van € 16.000. Met de afschaffing van de verlagingsdrempels zal de zelfstandige zijn berekeningsbasis wel kunnen verlagen naar € 16.000 (om daarop haar voorlopige sociale bijdragen te laten berekenen), zonder dat dus rekening met gehouden worden met de wettelijk vastgestelde verminderingsdrempels. Houd er wel rekening mee dat o.m. voor zelfstandigen in hoofdberoep de wettelijke minimumdrempel behouden blijft. Zij kunnen m.a.w. nooit minder voorlopige sociale bijdragen betalen dan de minimumbijdrage.