Voordeel alle aard gemeubelde woning: wat valt daaronder?
Indien een vennootschap een gemeubelde woning gratis ter beschikking stelt aan haar bedrijfsleider, wordt die daarop privé belast via een zgn. voordeel alle aard.
-
RSZ
-
Btw-klantenlisting en vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen: deadline verschoven van 31 maart 2026 naar 30 april 2026
Zoals eerder gecommuniceerd moeten kleine ondernemingen die onder de btw-vrijstellingsregeling vallen, voortaan een klantenlisting indienen, ook als het om een nihillisting (u heeft geen enkele klant die in de listing vermeld moet worden) gaat. Vanaf nu moeten zij via die jaarlijkse klantenlisting ook hun totale jaaromzet doorgeven.
-
Kilometervergoeding licht geïndexeerd sinds 01.04.2026
Als een bedrijfsleider of werknemer beroepsmatige verplaatsingen maakt met zijn eigen auto, dan kan hij daarvoor een forfaitaire onkostenvergoeding van respectievelijk zijn vennootschap of zijn werkgever krijgen.
Dat voordeel wordt forfaitair berekend volgens een bepaalde formule, nl. geïndexeerde ki × 100/60 × 2 x 5/3 (art. 18, §3, 2, vierde lid KB/WIB92).
In een zaak die voor het Hof van Beroep te Antwerpen kwam had een vennootschap een aantal private uitgaven ten laste genomen zoals een inbouwvaatwasser, tafel en stoelen, outdoor stoelen, ergonomische stoel, etc. Volgens de fiscus hadden die uitgaven geen beroepsmatig karakter en werden ze in hoofde van de bedrijfsleider belast als een voordeel alle aard voor hun werkelijke waarde.
De belastingplichtige in kwestie was echter van oordeel dat die zaken deel uitmaakten van het voordeel alle aard ‘kosteloze ter beschikkingstelling gemeubelde woning’ en de bedrijfsleider er dus niet nog eens op kon belast worden via een afzonderlijk belastbaar voordeel.
Het Hof geeft de belastingplichtige slechts deels gelijk. De inbouwvaatwasser en de tafels en stoelen worden geacht inbegrepen te zijn in de belastbaar voordeel ‘kosteloze ter beschikking gemeubelde woning’ omdat die essentieel voor het comfort van de betrokken woning. De outdoorstoelen en de ergonomische stoel vallen daar echter niet onder, aldus de beroepsrechter. Die dienen belast te worden bij de bedrijfsleider op basis van de werkelijke waarde. Volgens de rechter in casu dient daarbij uitgegaan te worden van de aankoopprijs (Antwerpen 16.01.2024).