Voordeel alle aard gemeubelde woning: wat valt daaronder?
Indien een vennootschap een gemeubelde woning gratis ter beschikking stelt aan haar bedrijfsleider, wordt die daarop privé belast via een zgn. voordeel alle aard.
-
Voorafbetaling (VA2)
-
Kilometervergoeding licht geïndexeerd sinds 1 juli 2026
Als een bestuurder of werknemer beroepsmatige verplaatsingen maakt met zijn eigen auto, motorfiets of bromfiets, dan kan hij daarvoor een forfaitaire onkostenvergoeding van resp. zijn vennootschap of zijn werkgever krijgen.
-
Vraag om inlichtingen van de Btw: antwoordtermijn in principe één maand
De btw kan u een vraag om inlichtingen sturen om gegevens op te vragen die nodig zijn om de juiste toepassing van de btw te controleren. Daarbij kan de administratie feitelijke gegevens, boekhoudkundige informatie, contracten en andere documenten opvragen, voor zover die nuttig zijn om de btw-behandeling van bepaalde prestaties te beoordelen.
Dat voordeel wordt forfaitair berekend volgens een bepaalde formule, nl. geïndexeerde ki × 100/60 × 2 x 5/3 (art. 18, §3, 2, vierde lid KB/WIB92).
In een zaak die voor het Hof van Beroep te Antwerpen kwam had een vennootschap een aantal private uitgaven ten laste genomen zoals een inbouwvaatwasser, tafel en stoelen, outdoor stoelen, ergonomische stoel, etc. Volgens de fiscus hadden die uitgaven geen beroepsmatig karakter en werden ze in hoofde van de bedrijfsleider belast als een voordeel alle aard voor hun werkelijke waarde.
De belastingplichtige in kwestie was echter van oordeel dat die zaken deel uitmaakten van het voordeel alle aard ‘kosteloze ter beschikkingstelling gemeubelde woning’ en de bedrijfsleider er dus niet nog eens op kon belast worden via een afzonderlijk belastbaar voordeel.
Het Hof geeft de belastingplichtige slechts deels gelijk. De inbouwvaatwasser en de tafels en stoelen worden geacht inbegrepen te zijn in de belastbaar voordeel ‘kosteloze ter beschikking gemeubelde woning’ omdat die essentieel voor het comfort van de betrokken woning. De outdoorstoelen en de ergonomische stoel vallen daar echter niet onder, aldus de beroepsrechter. Die dienen belast te worden bij de bedrijfsleider op basis van de werkelijke waarde. Volgens de rechter in casu dient daarbij uitgegaan te worden van de aankoopprijs (Antwerpen 16.01.2024).