Voordeel alle aard gemeubelde woning: wat valt daaronder?
Indien een vennootschap een gemeubelde woning gratis ter beschikking stelt aan haar bedrijfsleider, wordt die daarop privé belast via een zgn. voordeel alle aard.
-
Uw studerend kind als jobstudent of student zelfstandige in de eigen vennootschap?
Uw studerend kind wil in de weekends en/of de vakanties werken om een eigen inkomen te verkrijgen, en zou eigenlijk wel nuttig werk kunnen verrichten voor uw onderneming. Er zijn dan twee mogelijkheden: doet hij dat dan het beste als jobstudent of als student-zelfstandige?
-
Wanneer uw aangifte personenbelasting inkomstenjaar 2025/aanslagjaar 2026 indienen?
Wie zijn aangifte personenbelasting over inkomstenjaar 2025 online via MyMinfin (Tax-on-web) indient, krijgt daarvoor tijd tot en met 15 juli 2026, ongeacht of u die zelf indient of via een mandataris. Tax-on-web zal eind april 2026 openen.
-
Btw recupereren op de aankoop van een auto via uw vennootschap in 2026
Wil u in 2026 met uw vennootschap een nieuwe auto aankopen, dan weet u wellicht dat de autokosten in de vennootschapsbelasting enkel nog aftrekbaar zijn als u een volledig emissieloze wagen aankoopt, zoals een 100% elektrische auto. Maar geldt dat ook voor de btw?
Dat voordeel wordt forfaitair berekend volgens een bepaalde formule, nl. geïndexeerde ki × 100/60 × 2 x 5/3 (art. 18, §3, 2, vierde lid KB/WIB92).
In een zaak die voor het Hof van Beroep te Antwerpen kwam had een vennootschap een aantal private uitgaven ten laste genomen zoals een inbouwvaatwasser, tafel en stoelen, outdoor stoelen, ergonomische stoel, etc. Volgens de fiscus hadden die uitgaven geen beroepsmatig karakter en werden ze in hoofde van de bedrijfsleider belast als een voordeel alle aard voor hun werkelijke waarde.
De belastingplichtige in kwestie was echter van oordeel dat die zaken deel uitmaakten van het voordeel alle aard ‘kosteloze ter beschikkingstelling gemeubelde woning’ en de bedrijfsleider er dus niet nog eens op kon belast worden via een afzonderlijk belastbaar voordeel.
Het Hof geeft de belastingplichtige slechts deels gelijk. De inbouwvaatwasser en de tafels en stoelen worden geacht inbegrepen te zijn in de belastbaar voordeel ‘kosteloze ter beschikking gemeubelde woning’ omdat die essentieel voor het comfort van de betrokken woning. De outdoorstoelen en de ergonomische stoel vallen daar echter niet onder, aldus de beroepsrechter. Die dienen belast te worden bij de bedrijfsleider op basis van de werkelijke waarde. Volgens de rechter in casu dient daarbij uitgegaan te worden van de aankoopprijs (Antwerpen 16.01.2024).