VVPR-bisregeling: toch geen verlengd wachttermijn vanaf 01.01.2022
Op dividenden is normaliter 30% roerende voorheffing (rv) verschuldigd.
-
Koopt u een nieuwe auto beter nog in 2026 dan in 2027?
Stel u wil een nieuwe auto aankopen of leasen voor uw onderneming (eenmanszaak of vennootschap). Kan u dit dan beter nog in 2026 doen of kan u fiscaal gezien evengoed wachten tot in 2027?
-
Wanneer heeft uw vennootschap recht op investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
Doet uw kleine vennootschap een nieuwe investering, dan kan zij daarvoor onder bepaalde voorwaarden genieten van de investeringsaftrek. Wanneer moet die investering precies gebeuren om nog recht te hebben op de investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
-
Winst toegewezen aan een liquidatiereserve
Om de correcte beslissingen te nemen tijdens en bij de afsluiting van boekjaar 2025, moeten drie vragen gesteld worden: 1. Vanaf welke tijdstip kunnen – eerder aangelegde – liquidatiereserves fiscaal voordelig uitgekeerd worden? 2. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves vervroegd uit te keren? 3. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves aan te leggen voor boekjaar 2025?
Op dividenden is normaliter 30% roerende voorheffing (rv) verschuldigd. Kmo’s kunnen onder de VVPR-bisregeling echter dividenden uitkeren tegen een verlaagd tarief in de rv van 20% of 15%. Voorwaarde is dan dat het gaat om nieuwe aandelen op naam die sinds 01.07.2013 uitgegeven zijn in ruil voor inbrengen in geld, en men vervolgens een wachttermijn van twee jaar (20% rv) of drie jaar (15% rv) in aanmerking neemt.
In een wetsontwerp dat eind 2021 op tafel lag was er sprake van om die wachttermijn te verlengen. Concreet zou vanaf 01.01.2022 de wachttermijn immers pas ingaan vanaf de volledige volstorting van de inbreng in geld. In eerste lezing door de Kamercommissie goedgekeurde versie is van een dergelijke verlenging van de wachttermijn geen sprake meer. De huidige regeling blijft dus behouden, nl. de wachttermijn gaat meteen in vanaf het boekjaar van de inbreng, ongeacht of deze inbreng al dan niet reeds volstort werd.
Gaan we bv. uit van een kmo-vennootschap die is opgericht op 01.02.2018 met een kapitaal van € 18.550, waarvan € 6.200 is volstort. Het eerste boekjaar eindigde op 31.12.2018. Het derde boekjaar na dat van de inbreng is 2021. Als het niet-volstort gedeelte van € 12.350 volstort wordt vóór de gewone algemene vergadering die in het voorjaar 2022 samenkomt, dan kan dus gewoonweg volgens de huidige regels een dividend uitgekeerd worden aan 15%. In het wetsontwerp dat op tafel lag zou daarvoor in concreto moeten gewacht worden tot het boekjaar 2024 vermits het kapitaal van € 18.550 in het gegeven voorbeeld pas in 2022 volledig is volstort en vanaf dan pas de wachttermijn van drie boekjaren zou beginnen lopen.