Geld lenen aan uw vennootschap: waarop letten?
Uw vennootschap zit wat krap bij kas en u beslist om privégelden te lenen. U moet dan rekening houden met bepaalde fiscale drempels.
-
Meerwaardebelasting: hoe wordt er bepaald of u een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
Sinds 1 januari 2026 is er, zoals eerder gecommuniceerd, een belasting op meerwaarden op financiële vaste activa in uw privévermogen, zoals aandelen. Belegt u als particulier op een gewone, niet beroepsmatige manier, dan wordt de meerwaarde in principe belast aan 10%. Hoe wordt dan bekeken of u effectief een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
-
Btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen: omzetdrempel € 25.000
Is uw jaaromzet exclusief btw niet hoger dan € 25.000, dan kan u in principe kiezen voor de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen. U moet dan geen btw aanrekenen op facturen aan uw klanten en dus ook geen periodieke btw-aangiftes meer indienen.
-
Tweedehandsauto aankopen met uw vennootschap
Zoals u wellicht weet, zijn de autokosten van een auto die niet 100% emissievrij is, zoals een hybride auto of een auto met een verbrandingsmotor, die u in 2026 met uw vennootschap aankoopt, niet langer aftrekbaar voor uw vennootschap. Maar wat als u een tweedehandsauto aankoopt die al vóór 2026 in gebruik was?
U moet rekening houden met twee fiscale grenzen. Vooreerst mag het bedrag van de lening niet hoger zijn dan de belaste reserves bij het begin van het boekjaar plus het gestorte kapitaal aan het einde van het boekjaar. Voor vennootschappen zonder vennootschapsrechtelijk kapitaal, zoals de BV, is het fiscaal gestorte kapitaal het eigen vermogen van de vennootschap voor zover dat gevormd wordt door werkelijk gestorte inbrengen in geld of in natura, andere dan inbrengen in nijverheid, en voor zover er geen terugbetaling of vermindering plaatsgevonden heeft. Als uw rc-tegoed toch die grens zou overschrijden, worden de interesten die betrekking hebben op het gedeelte dat die grens overschrijdt, geherkwalificeerd in dividenden, die weliswaar onderworpen worden aan in principe hetzelfde tarief roerende voorheffing (30%), maar niet aftrekbaar zijn bij uw vennootschap.
Een tweede regel die u moet respecteren, houdt in dat u nooit meer rente mag vragen dan de marktrente. Vraagt u interesten die hoger liggen dan die marktrente, dan wordt het overdreven deel fiscaal gezien ook geherkwalificeerd in niet-aftrekbare dividenden. U moet daarbij concreet rekening houden met de door de NBB bekendgemaakte MFI-rentevoet voor leningen < € 1.000.000 met variabel tarief en initiële rentebepaling tot één jaar aan niet-financiële instellingen. Uw dossierbeheerder kan u uiteraard meer informatie verschaffen.