Uitkering liquidatiereserves: van dag tot dag rekenen
Op de uitkering van liquidatiereserves houdt een vennootschap maar 5% roerende voorheffing in als die uitkering pas na vijf jaar gebeurt.
-
Wet tot hervorming personenbelasting: ook voor werknemers geldt vanaf 2026 een grens van 20% voor voordelen alle aard
In het kader van het regeerakkoord 2025-2029 werd de wet tot hervorming van de personenbelasting goedgekeurd. Een van de maatregelen is dat het bovenmatig toekennen van forfaitair gewaardeerde voordelen alle aard fiscaal ontmoedigd wordt.
-
Gunstregime voor auteursrechten is weer mogelijk in de IT-sector
Auteursrechtenvergoedingen zijn vergoedingen die u kan ontvangen voor de overdracht of het in licentie geven van auteursrechten (en zgn. naburige rechten), aan bv. uw vennootschap, een uitgeverij…, op werken van letterkunde of kunst, of op prestaties van uitvoerende kunstenaars.
-
Bezwaar indienen tegen uw kadastraal inkomen?
U heeft misschien gehoord dat als uw kadastraal inkomen (ki) wordt vastgelegd of herzien het kan lonen om hier bezwaar tegen aan te tekenen. Waarom tekent u beter toch niet automatisch bezwaar aan?
Die termijn van vijf jaar begint te lopen op de laatste dag van het boekjaar waarin de liquidatiereserve aangelegd is. Stel dat een vennootschap een liquidatiereserve aangelegd heeft voor een boekjaar dat afsloot op 31 maart 2019 en dat dan het boekjaar dat begon op 1 april 2020 verlengd werd tot 31 december 2021.
De vraag is dan wanneer in casu die termijn van vijf jaar dan voorbij is… vijf kalenderjaren na 31 maart 2019, dus op 31 maart 2024, of vijf boekjaren na 31 maart 2019 en dus pas op 31 december 2024?
De Rulingdienst heeft daarover gesteld dat het gaat om kalenderjaren. De termijn moet dus van dag tot dag gerekend worden, ook als na de aanleg van de liquidatiereserve de balansdatum gewijzigd wordt (voorafg. besl. nr. 2021.0429, 13.07.2021). In het aangehaalde voorbeeld verloopt de vijf jaar dus vanaf 31 maart 2024.