Uitkering liquidatiereserves: van dag tot dag rekenen
Op de uitkering van liquidatiereserves houdt een vennootschap maar 5% roerende voorheffing in als die uitkering pas na vijf jaar gebeurt.
-
Meerwaardebelasting: hoe wordt er bepaald of u een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
Sinds 1 januari 2026 is er, zoals eerder gecommuniceerd, een belasting op meerwaarden op financiële vaste activa in uw privévermogen, zoals aandelen. Belegt u als particulier op een gewone, niet beroepsmatige manier, dan wordt de meerwaarde in principe belast aan 10%. Hoe wordt dan bekeken of u effectief een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
-
Btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen: omzetdrempel € 25.000
Is uw jaaromzet exclusief btw niet hoger dan € 25.000, dan kan u in principe kiezen voor de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen. U moet dan geen btw aanrekenen op facturen aan uw klanten en dus ook geen periodieke btw-aangiftes meer indienen.
-
Tweedehandsauto aankopen met uw vennootschap
Zoals u wellicht weet, zijn de autokosten van een auto die niet 100% emissievrij is, zoals een hybride auto of een auto met een verbrandingsmotor, die u in 2026 met uw vennootschap aankoopt, niet langer aftrekbaar voor uw vennootschap. Maar wat als u een tweedehandsauto aankoopt die al vóór 2026 in gebruik was?
Die termijn van vijf jaar begint te lopen op de laatste dag van het boekjaar waarin de liquidatiereserve aangelegd is. Stel dat een vennootschap een liquidatiereserve aangelegd heeft voor een boekjaar dat afsloot op 31 maart 2019 en dat dan het boekjaar dat begon op 1 april 2020 verlengd werd tot 31 december 2021.
De vraag is dan wanneer in casu die termijn van vijf jaar dan voorbij is… vijf kalenderjaren na 31 maart 2019, dus op 31 maart 2024, of vijf boekjaren na 31 maart 2019 en dus pas op 31 december 2024?
De Rulingdienst heeft daarover gesteld dat het gaat om kalenderjaren. De termijn moet dus van dag tot dag gerekend worden, ook als na de aanleg van de liquidatiereserve de balansdatum gewijzigd wordt (voorafg. besl. nr. 2021.0429, 13.07.2021). In het aangehaalde voorbeeld verloopt de vijf jaar dus vanaf 31 maart 2024.