Rc-schuld aan uw vennootschap: terugbetalen of laten staan?

U heeft al enkele jaren op uw rekening-courant (rc) een schuld aan uw vennootschap waarvoor u zich jaarlijks laat belasten op een voordeel alle aard gratis lening en die niet verder aangroeit. Betaalt u die het best terug of kunt u die evengoed, of misschien zelfs beter, laten staan tot u uw vennootschap vereffent?

Rc-schuld aan uw vennootschap: terugbetalen of laten staan?

I.                    De rc-schuld laten staan

Laat u de rc-schuld staan, dan moet u een ‘voordeel alle aard gratis lening’, de zgn. fictieve debetinteresten, blijven aangeven. Dat kost u dus elk jaar belastingen en sociale bijdragen.

Bij de vereffening worden eerst de schulden van uw vennootschap betaald of wordt voldoende geld geconsigneerd om ze te voldoen. Het resterende nettoactief wordt onder de aandeelhouders verdeeld. Heeft u een rc-schuld, dan heeft uw vennootschap een vordering op u die u in principe moet terugbetalen. Als uw vennootschap na de betaling van alle schulden echter nog een vaststaande en opeisbare vereffeningsuitkering aan u verschuldigd is, kan de rc-schuld daarmee in principe verrekend worden. U hoeft ze dan niet meer effectief aan uw vennootschap te betalen.

II.                  De rc terugbetalen

U kunt de rc-schuld in één keer terugbetalen of gespreid over meerdere jaren. In dat tweede geval kunt u terugbetalen volgens uw eigen mogelijkheden en wensen, of met vaste bedragen op vaste data, m.a.w. via een omzetting van uw rc-schuld in een termijnlening.

Betaalt u de rc-schuld in één keer terug, dan bent u ook meteen van het voordeel alle aard verlost. Betaalt u geleidelijk terug zoals het u uitkomt, dan blijft een voordeel alle aard bestaan, berekend tegen de interestvoet voor een rc-schuld en toegepast op het gemiddelde maandsaldo.

Om te beslissen of u de rc-schuld het best laat staan, is het cruciaal om eerst na te gaan met welk geld u die kunt terugbetalen. Er zijn grosso modo twee mogelijkheden: ofwel heeft u het nodige bedrag geheel of gedeeltelijk privé ter beschikking, ofwel niet. Heeft u het geld privé, dan kost de aflossing op zich u niets: u schrijft het bedrag over van uw privébankrekening naar die van uw vennootschap. Heeft u het geld niet volledig, dan moet u nog inkomen uit uw vennootschap halen, normaal gezien als loon of dividend.

Loon wordt zwaar belast en is onderworpen aan sociale bijdragen, maar is wel een aftrekbare kost voor uw vennootschap. Dividenden zijn niet aftrekbaar en er moet roerende voorheffing (rv) ingehouden worden van 30%, of een lager tarief voor VVPR-bis-dividenden of uitkeringen van liquidatiereserves. Op de uitkering van een liquidatiereserve bij de vereffening moet geen rv ingehouden worden; op het deel van de liquidatiebonus dat niet uit een liquidatiereserve voortkomt, is 30% rv verschuldigd.

III.                Wat doet u nu het best?

Heeft u het geld om een deel of het geheel van uw schuld terug te betalen, dan doet u dat normaal gezien het beste. Dat is echter niet aan te raden als u het geld op korte termijn privé nodig heeft of als privé beleggen meer oplevert dan de rc-schuld laten staan, dus meer dan wat u betaalt aan belastingen en sociale bijdragen op het voordeel alle aard.

Als u nog inkomen uit uw vennootschap moet halen, dan moet u een vergelijkende berekening maken. Vergelijk de totale geraamde kosten van het voordeel alle aard voor de termijn dat de rc nog blijft staan, tot aan de vereffening van uw vennootschap, met de (para)fiscale kosten om het nodige inkomen uit uw vennootschap te halen. Hoe verder de vereffening in de toekomst ligt, hoe interessanter het wordt om de rc-schuld eerder terug te betalen.

IV.               Cijfervoorbeeld

Stel u heeft een rc-schuld aan uw vennootschap van € 10.000 en uw vennootschap heeft een liquidatiereserve van € 13.000 die ze als dividend kan uitkeren met 5% of 20% rv. Het voordeel alle aard gratis lening wordt berekend met een interestvoet van 6,17%; dat is het gemiddelde tarief voor de periode 2021-2025. Op loon betaalt u 60% belastingen en sociale bijdragen. U vereffent uw vennootschap over 5 of 20 jaar.

Optie 1: rc laten staan en bij vereffening terugbetalen

5 jaar tot vereffening

20 jaar tot vereffening

Voordeel alle aard gratis lening (gecumuleerd)

€ 3.085

€ 12.340

− 60% belastingen en sociale bijdragen op voordeel

− € 1.851

− € 7.404

Liquidatiereserve beschikbaar bij vereffening (0% rv)

€ 13.000

€ 13.000

− terugbetaling rc

− € 10.000

− € 10.000

= blijft netto over van de liquidatiereserve

€ 3.000

€ 3.000

Totaal kosten

€ 1.851

€ 7.404

Huidige waarde van de kosten (actualisatie tegen 4%)

€ 1.648

€ 5.031

Totaal netto uit liquidatiereserve (na terugbetaling rc)

€ 3.000

€ 3.000

 

Optie 2: rc nu terugbetalen, geen voordeel alle aard meer

Met dividend (5% rv)

Met dividend (20% rv)

Liquidatiereserve beschikbaar

€ 13.000

€ 13.000

a) Brutodividend nu uit liquidatiereserve halen

€ 10.526

€ 12.500

− roerende voorheffing

− € 526

− € 2.500

− terugbetaling rc

− € 10.000

− € 10.000

= blijft netto over

€ 0

€ 0

b) Blijft nog liquidatiereserve bij vereffening (bruto = netto)

€ 2.474

€ 500

Totaal kosten

€ 526

€ 2.500

Totaal netto uit liquidatiereserve (na terugbetaling rc)

€ 2.474

€ 500

In dit voorbeeld is een uitkering van de liquidatiereserve om met het nettobedrag de rc-schuld aan te zuiveren de goedkoopste oplossing, tenzij u op die uitkering 20% rv moet inhouden. Dan laat u de rc-schuld het best staan tot de vereffening, tenminste als die al over vijf jaar plaatsvindt: het voordeel alle aard gratis lening kost dan minder dan de rv op de liquidatiereserve. Blijft uw vennootschap nog 20 jaar bestaan, dan is zelfs een uitkering van de liquidatiereserve met 20% goedkoper dan de rc-schuld laten staan. Uw rc-schuld aanzuiveren met extra loon is normaal gezien af te raden wegens de zware fiscale lasten. We hebben deze optie dan ook niet opgenomen in deze berekeningen.