Grondwettelijke hof spreekt zich uit over indieningstermijn voor antwoord op bericht van wijziging
Een belastingplichtige die van de fiscus een bericht van wijziging ontvangt, heeft in principe één maand tijd vanaf de derde werkdag volgend op de verzending van het bericht, om daarop te antwoorden.
-
Wettelijke interestvoet bij betalingsachterstand b2b blijft voor de tweede helft van 2026 10,5%
De interestvoet die u in de tweede helft van 2026 kunt aanrekenen als u zaken doet met andere ondernemers die uw facturen te laat betalen, is bekend.
-
Werken rond uw privéwoning aan 6% btw?
In principe mag een aannemer aan 6% btw factureren als hij zgn. werken in onroerende staat uitvoert aan een pand dat minstens 10 jaar oud is en dat na de werken hoofdzakelijk voor privédoeleinden gebruikt wordt.
-
Beleggen met uw vennootschap of privé: wat levert netto het meeste op?
Uw vennootschap heeft bv. € 20.000 op de bankrekening staan die u zou willen beleggen in aandelen. Wat doet u dan het beste: dat bedrag nu als een dividend uitkeren en privé beleggen of de belegging door uw vennootschap laten doen en het geld later naar u privé halen?
Een belastingplichtige die van de fiscus een bericht van wijziging ontvangt, heeft in principe één maand tijd vanaf de derde werkdag volgend op de verzending van het bericht, om daarop te antwoorden. Dat antwoord moet schriftelijk gebeuren in de vorm van een gewone brief of via een aangetekend schrijven. De fiscus kan dan de aanslag van ambtswege toepassen - waarbij de bewijslast omgekeerd wordt - zo er niet of te laat wordt geantwoord.
Het volstaat echter niet dat het antwoord binnen de maand verstuurd wordt. Het moet voor het einde van die termijn door de fiscus ontvangen zijn. Antwoorden op de laatste of voorlaatste dag van de termijn is dus te laattijdig, tenzij er via een een aangetekende brief wordt geantwoord. Het Grondwettelijk Hof heeft immers beslist dat de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als indieningsdatum telt (GwH, nr. 95/2020).