Hoeveel roerende voorheffing betaalt u op liquidatiereserves die u in 2026 uitkeert en wat verandert de nieuwe wetgeving?
De programmawet van 30 mei 2026, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 1 juni 2026, wijzigt het fiscale regime van de zgn. liquidatiereserves.
-
Is de jaarrekening 2025 van uw vennootschap definitief na goedkeuring en neerlegging?
Valt het boekjaar van uw vennootschap samen met het kalenderjaar? Dan moet de algemene vergadering de jaarrekening 2025 uiterlijk op 30 juni 2026 goedkeuren. Daarna moet de jaarrekening binnen de 30 dagen worden neergelegd bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België (uiterlijk op 31 juli 2026).
-
De meerwaardebelasting geldt ook voor bepaalde verzekeringsproducten
Sinds 1 januari 2026 is er, zoals eerder gecommuniceerd, een belasting op meerwaarden op financiële vaste activa in uw privévermogen. Denk hierbij aan aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, trackers (ETF’s) en andere financiële instrumenten. De gerealiseerde meerwaarde wordt in principe belast aan een tarief van 10%.
-
Uw zoon/dochter inschakelen als jobstudent in uw zaak tijdens de drukke zomerperiode
Heeft uw zoon of dochter de leeftijd van 15 jaar bereikt, dan kan hij of zij als jobstudent aan de slag in uw onderneming.
Het fiscaal regime van de zgn. liquidatiereserves biedt aan KMO-vennootschappen sinds enige jaren de mogelijkheid om tegen een gunstig belastingtarief geld uit de vennootschap te halen.
Er moet dan eerst op de hiervoor gereserveerde winst door de vennootschap een anticipatieve heffing van 10% betaald worden.
Na een bepaalde wachttermijn kan de liquidatiereserve op een fiscaal voordelige manier als dividend worden uitgekeerd tegen een veel lagere roerende voorheffing dan de normale 30%.
Liquidatiereserves die u in 2026 uitkeert, worden aan één van de volgende tarieven belast, afhankelijk van de wachtperiode:
- 5% als op het moment van uitkering al ten minste vijf jaren verstreken zijn sinds de afsluitingsdatum van het boekjaar (bj.) waarvoor de liquidatiereserve geboekt werd. Concreet zijn dit liquidatiereserves van bj. 2014 t.e.m. bj. 2020;
- 6,5% als er sindsdien al drie of vier jaren voorbij zijn gegaan. Concreet zijn dit liquidatiereserves van bj. 2021 en bj. 2022;
- 20% voor een eerdere uitkering. Concreet zijn dit liquidatiereserves van bj. 2023 en bj. 2024.
De programmawet verhoogt nu de roerende voorheffing bij uitkering. Na een wachttermijn van minstens drie jaar betaalt u 9,8% roerende voorheffing op liquidatiereserves aangelegd sinds 31 december 2025. Keert u deze liquidatiereserves eerder uit, dan betaalt u het normale tarief van 30% roerende voorheffing. Dit geldt dus nog niet voor de liquidatiereserves die u uitkeert in 2026, want deze heeft u in principe aangelegd voor 31 december 2025.