De meerwaardebelasting geldt ook voor bepaalde verzekeringsproducten
Sinds 1 januari 2026 is er, zoals eerder gecommuniceerd, een belasting op meerwaarden op financiële vaste activa in uw privévermogen. Denk hierbij aan aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, trackers (ETF’s) en andere financiële instrumenten. De gerealiseerde meerwaarde wordt in principe belast aan een tarief van 10%.
-
Uw zoon/dochter inschakelen als jobstudent in uw zaak tijdens de drukke zomerperiode
Heeft uw zoon of dochter de leeftijd van 15 jaar bereikt, dan kan hij of zij als jobstudent aan de slag in uw onderneming.
-
Geregistreerd kassasysteem (GKS) 2.0 definitief vanaf 1 juli 2026 voor horecazaken: controleer nu uw overstapdatum
Het koninklijk besluit dat de invoering van GKS 2.0 definitief vastlegt, werd op 3 juni 2026 gepubliceerd. Zoals eerder aangekondigd wordt de nieuwe generatie van het geregistreerd kassasysteem vanaf 1 juli 2026 verplicht voor horecazaken. GKS 2 is beter afgestemd op de huidige technologieën en stuurt transacties vrijwel in realtime door naar de FOD Financiën, waardoor controles ter plaatse zullen afnemen.
-
Verlaagd vennootschapstarief: minimumloon niet evenredig verlagen bij een verkort boekjaar
Vennootschappen kunnen onder bepaalde voorwaarden genieten van een verlaagd belastingtarief van 20% (in plaats van 25%) op de eerste € 100.000 winst. Een belangrijke voorwaarde is dat minstens één bedrijfsleider een minimumloon ontvangt van € 50.000 (in principe vanaf boekjaar 2026).
De meerwaardebelasting kan ook van toepassing zijn op bepaalde verzekeringsproducten. Zo vallen zowel een Tak 21 (spaarverzekering) als een Tak 23 (beleggingsverzekering) onder het toepassingsgebied van de nieuwe belasting. Ook de Tak 44 (eigenlijk de combinatie van een Tak 21 en Tak 23) en de Tak 26 (levensverzekering in de vorm van een kapitalisatiecontract met gegarandeerde rente) vallen hier in principe onder. Wanneer u op deze producten een meerwaarde realiseert, kan daarop dus eveneens een belasting van 10% verschuldigd zijn. Er geldt wel jaarlijks een vrijstelling van € 10.000 aan gerealiseerde meerwaarden per belastingplichtige.
Niet alle verzekeringsproducten worden echter getroffen door deze nieuwe regeling. De meerwaardebelasting is namelijk niet van toepassing op producten uit de tweede en derde pensioenpijler. Concreet betekent dit dat onder meer uw Individuele Pensioentoezegging (IPT), Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ), pensioenspaarverzekering, pensioenspaarfonds en langetermijnsparen buiten het toepassingsgebied van de meerwaardebelasting vallen.