Personen ten laste in de personenbelasting: veranderingen sinds aj. 2026 (inkomsten 2025)
Sinds aanslagjaar 2026 (inkomstenjaar 2025) gelden nieuwe regels om te bepalen wie u fiscaal als persoon ten laste kunt nemen in de personenbelasting. De fiscus heeft die wijzigingen onlangs verduidelijkt in een circulaire.
-
Wettelijke interestvoet bij betalingsachterstand b2b blijft voor de tweede helft van 2026 10,5%
De interestvoet die u in de tweede helft van 2026 kunt aanrekenen als u zaken doet met andere ondernemers die uw facturen te laat betalen, is bekend.
-
Werken rond uw privéwoning aan 6% btw?
In principe mag een aannemer aan 6% btw factureren als hij zgn. werken in onroerende staat uitvoert aan een pand dat minstens 10 jaar oud is en dat na de werken hoofdzakelijk voor privédoeleinden gebruikt wordt.
-
Beleggen met uw vennootschap of privé: wat levert netto het meeste op?
Uw vennootschap heeft bv. € 20.000 op de bankrekening staan die u zou willen beleggen in aandelen. Wat doet u dan het beste: dat bedrag nu als een dividend uitkeren en privé beleggen of de belegging door uw vennootschap laten doen en het geld later naar u privé halen?
Kort samengevat blijft de basis hetzelfde: iemand kan alleen als persoon ten laste worden beschouwd als hij of zij op 1 januari van het aanslagjaar deel uitmaakt van uw gezin en zijn of haar nettobestaansmiddelen onder een bepaald maximumbedrag blijven.
Dat maximumbedrag is sinds aanslagjaar 2026 aanzienlijk verhoogd: de grens van de nettobestaansmiddelen voor kinderen ten laste werd opgetrokken tot € 12.000 (2025: € 7.290).
Tegelijk zijn de regels om als persoon ten laste te worden aangemerkt, strenger geworden:
- de uitzondering voor studiebeurzen (zoals doctoraatsbeurzen) is geschrapt; deze tellen nu mee voor de berekening van de € 12.000, als ze aanleiding geven tot de opbouw van sociale zekerheidsrechten;
- ontvangt een gezinslid beroepsinkomsten waarvoor u beroepskosten kunt aftrekken, dan komt die persoon in principe niet meer in aanmerking als persoon ten laste. De wetgever beperkt deze uitsluiting sinds aj. 2026 niet langer tot “bezoldigingen”, maar breidt ze uit tot alle beroepsinkomsten die voor u als belastingplichtige beroepskosten zijn;
- er is een duidelijke regel ingevoerd voor mensen met een leefloon: wie een leefloon ontvangt, kan sinds aanslagjaar 2026 niet langer als persoon ten laste worden aangemerkt, ook al woont die persoon bij u in en blijft hij of zij onder de grens van € 12.000.