Personen ten laste in de personenbelasting: veranderingen sinds aj. 2026 (inkomsten 2025)
Sinds aanslagjaar 2026 (inkomstenjaar 2025) gelden nieuwe regels om te bepalen wie u fiscaal als persoon ten laste kunt nemen in de personenbelasting. De fiscus heeft die wijzigingen onlangs verduidelijkt in een circulaire.
-
Meerwaardebelasting: hoe wordt er bepaald of u een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
Sinds 1 januari 2026 is er, zoals eerder gecommuniceerd, een belasting op meerwaarden op financiële vaste activa in uw privévermogen, zoals aandelen. Belegt u als particulier op een gewone, niet beroepsmatige manier, dan wordt de meerwaarde in principe belast aan 10%. Hoe wordt dan bekeken of u effectief een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
-
Btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen: omzetdrempel € 25.000
Is uw jaaromzet exclusief btw niet hoger dan € 25.000, dan kan u in principe kiezen voor de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen. U moet dan geen btw aanrekenen op facturen aan uw klanten en dus ook geen periodieke btw-aangiftes meer indienen.
-
Tweedehandsauto aankopen met uw vennootschap
Zoals u wellicht weet, zijn de autokosten van een auto die niet 100% emissievrij is, zoals een hybride auto of een auto met een verbrandingsmotor, die u in 2026 met uw vennootschap aankoopt, niet langer aftrekbaar voor uw vennootschap. Maar wat als u een tweedehandsauto aankoopt die al vóór 2026 in gebruik was?
Kort samengevat blijft de basis hetzelfde: iemand kan alleen als persoon ten laste worden beschouwd als hij of zij op 1 januari van het aanslagjaar deel uitmaakt van uw gezin en zijn of haar nettobestaansmiddelen onder een bepaald maximumbedrag blijven.
Dat maximumbedrag is sinds aanslagjaar 2026 aanzienlijk verhoogd: de grens van de nettobestaansmiddelen voor kinderen ten laste werd opgetrokken tot € 12.000 (2025: € 7.290).
Tegelijk zijn de regels om als persoon ten laste te worden aangemerkt, strenger geworden:
- de uitzondering voor studiebeurzen (zoals doctoraatsbeurzen) is geschrapt; deze tellen nu mee voor de berekening van de € 12.000, als ze aanleiding geven tot de opbouw van sociale zekerheidsrechten;
- ontvangt een gezinslid beroepsinkomsten waarvoor u beroepskosten kunt aftrekken, dan komt die persoon in principe niet meer in aanmerking als persoon ten laste. De wetgever beperkt deze uitsluiting sinds aj. 2026 niet langer tot “bezoldigingen”, maar breidt ze uit tot alle beroepsinkomsten die voor u als belastingplichtige beroepskosten zijn;
- er is een duidelijke regel ingevoerd voor mensen met een leefloon: wie een leefloon ontvangt, kan sinds aanslagjaar 2026 niet langer als persoon ten laste worden aangemerkt, ook al woont die persoon bij u in en blijft hij of zij onder de grens van € 12.000.