Prijsvoordeel aankoop onroerend goed niet belastbaar als divers inkomen
Een particulier die een onroerend goed aankoopt tegen een prijs die (veel) lager ligt dan de eigenlijke marktwaarde, riskeert de fiscus tegen de borst te stoten.
-
Wettelijke interestvoet bij betalingsachterstand b2b blijft voor de tweede helft van 2026 10,5%
De interestvoet die u in de tweede helft van 2026 kunt aanrekenen als u zaken doet met andere ondernemers die uw facturen te laat betalen, is bekend.
-
Werken rond uw privéwoning aan 6% btw?
In principe mag een aannemer aan 6% btw factureren als hij zgn. werken in onroerende staat uitvoert aan een pand dat minstens 10 jaar oud is en dat na de werken hoofdzakelijk voor privédoeleinden gebruikt wordt.
-
Beleggen met uw vennootschap of privé: wat levert netto het meeste op?
Uw vennootschap heeft bv. € 20.000 op de bankrekening staan die u zou willen beleggen in aandelen. Wat doet u dan het beste: dat bedrag nu als een dividend uitkeren en privé beleggen of de belegging door uw vennootschap laten doen en het geld later naar u privé halen?
Een particulier die een onroerend goed aankoopt tegen een prijs die (veel) lager ligt dan de eigenlijke marktwaarde, riskeert de fiscus tegen de borst te stoten. In een zaak die op 14 september 2020 voor de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel kwam, wou de fiscus dit bij de koper in de personenbelasting belasten als een zgn. divers inkomen aan 33% omdat in zijn ogen ging om een abnormaal verrichting van beheer op basis van art. 90, 1° WIB92.
De rechter is heel duidelijk. Een belasting als divers inkomen op basis van art. 90, 1° WIB92 vereist winst of baten uit toevallige of occasionele prestaties, verrichtingen of speculaties. Dit kan enkel als deze gerealiseerd zijn buiten de uitoefening van een beroepswerkzaamheid en zich afspelen buiten het normaal beheer van een privévermogen. Echter, hypothetische of toekomstige winst of baten worden niet bedoeld door art. 90,1° WIB’92. Het louter hebben van een prijsvoordeel bij een aankoop, zelfs al is er sprake van een abnormale verrichting, is bijgevolg onvoldoende, aldus de rechter in eerste aanleg.