Prijsvoordeel aankoop onroerend goed niet belastbaar als divers inkomen
Een particulier die een onroerend goed aankoopt tegen een prijs die (veel) lager ligt dan de eigenlijke marktwaarde, riskeert de fiscus tegen de borst te stoten.
-
De lokale sportvereniging fiscaal vriendelijk sponsoren
Wilt u een lokale sportvereniging of andere vereniging financieel steunen? Dan kan u dat vaak op een fiscaal interessante manier doen via sponsoring. Betaalt u namelijk een bedrag in ruil voor publiciteit voor uw zaak, dan zijn die kosten in principe volledig fiscaal aftrekbaar als publiciteitskosten.
-
Gezinswoning aankopen in Vlaanderen aan 2% registratierechten, terwijl u reeds een ander pand bezit?
Koopt u in Vlaanderen uw enige gezinswoning, dan betaalt u in principe slechts 2% registratierechten in plaats van 12%. Daarvoor mag u, alleen of samen met de andere kopers, nog niet voor 100% volle eigenaar zijn van een andere woning of bouwgrond, in België of in het buitenland. Is dat wel het geval, dan geldt het gewone tarief van 12%.
-
De handgift en de bankgift of onrechtstreekse schenking
Hieronder bespreken we twee bekende technieken waarmee u uw vermogen en uw nalatenschap kunt optimaliseren: de handgift en de bankgift of onrechtstreekse schenking.
Een particulier die een onroerend goed aankoopt tegen een prijs die (veel) lager ligt dan de eigenlijke marktwaarde, riskeert de fiscus tegen de borst te stoten. In een zaak die op 14 september 2020 voor de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel kwam, wou de fiscus dit bij de koper in de personenbelasting belasten als een zgn. divers inkomen aan 33% omdat in zijn ogen ging om een abnormaal verrichting van beheer op basis van art. 90, 1° WIB92.
De rechter is heel duidelijk. Een belasting als divers inkomen op basis van art. 90, 1° WIB92 vereist winst of baten uit toevallige of occasionele prestaties, verrichtingen of speculaties. Dit kan enkel als deze gerealiseerd zijn buiten de uitoefening van een beroepswerkzaamheid en zich afspelen buiten het normaal beheer van een privévermogen. Echter, hypothetische of toekomstige winst of baten worden niet bedoeld door art. 90,1° WIB’92. Het louter hebben van een prijsvoordeel bij een aankoop, zelfs al is er sprake van een abnormale verrichting, is bijgevolg onvoldoende, aldus de rechter in eerste aanleg.