Programmawet van 18 juli 2025: nieuwe regels m.b.t. de liquidatiereserve bekendgemaakt
De programmawet, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 29 juli 2025, wijzigt het fiscale regime van de zgn. liquidatiereserves.
-
Deadline voor uw “complexe” aangifte personenbelasting aanslagjaar 2025 is verlengd
De deadline voor wie zijn “complexe” aangifte personenbelasting over inkomstenjaar 2024/aanslagjaar 2025 online indient via Tax-On-Web is verlengd tot en met 31.10.2025. Initieel had u slechts tijd tot en met 16.10.2025.
-
Uitstel invoering btw-ketting
De invoering van de btw-ketting wordt uitgesteld tot een later te bepalen datum. Hierdoor blijft ook het huidige rekeningnummer voor btw-betalingen voorlopig behouden.
-
Mag u een afschrijvingstermijn zelf kiezen?
Wanneer u investeert in bedrijfsmiddelen met een beperkte levensduur, moet u deze afschrijven over hun verwachte gebruiksduur. Maar hoe bepaalt u die termijn?

Het fiscaal regime van de zgn. liquidatiereserves biedt aan KMO-vennootschappen sinds enige jaren de mogelijkheid om tegen een gunstig belastingtarief geld uit de vennootschap te halen.
Er moet dan eerst op de hiervoor gereserveerde winst door de vennootschap een anticipatieve heffing van 10% betaald worden.
Na een bepaalde wachttermijn kan de liquidatiereserve op een fiscaal voordelige manier als dividend worden uitgekeerd tegen een veel lagere roerende voorheffing dan de normale 30%.
De programmawet brengt de volgende wijzigingen aan sinds 29 juli 2025, tenzij hierna anders vermeld:
- Kortere wachttermijn: de minimale wachttijd voor het uitkeren van een liquidatiereserve daalt van 5 naar 3 jaar.
- Hoger tarief roerende voorheffing: op liquidatiereserves aangelegd vanaf 1 januari 2026 stijgt het tarief van de roerende voorheffing bij uitkering van 5% naar 6,5%.
- Keuzemogelijkheid voor oudere reserves: voor liquidatiereserves die vóór 1 januari 2026 zijn aangelegd, kan men kiezen: uitkering na 3 jaar tegen 6,5% roerende voorheffing, of na 5 jaar tegen het oude tarief van 5%.
Wordt de wachttermijn niet gerespecteerd en wordt de reserve binnen de 3 jaar uitgekeerd (i.p.v. voorheen binnen de 5 jaar), dan geldt het standaardtarief van 30% roerende voorheffing.