Vennootschapsbijdrage 2025 uiterlijk 31.12.2025 betalen
De vennootschapsbijdrage is de jaarlijkse bijdrage die uw vennootschap moet betalen aan het sociaal verzekeringsfonds. Deze is fiscaal aftrekbaar als beroepskost.
-
Koopt u een nieuwe auto beter nog in 2026 dan in 2027?
Stel u wil een nieuwe auto aankopen of leasen voor uw onderneming (eenmanszaak of vennootschap). Kan u dit dan beter nog in 2026 doen of kan u fiscaal gezien evengoed wachten tot in 2027?
-
Wanneer heeft uw vennootschap recht op investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
Doet uw kleine vennootschap een nieuwe investering, dan kan zij daarvoor onder bepaalde voorwaarden genieten van de investeringsaftrek. Wanneer moet die investering precies gebeuren om nog recht te hebben op de investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
-
Winst toegewezen aan een liquidatiereserve
Om de correcte beslissingen te nemen tijdens en bij de afsluiting van boekjaar 2025, moeten drie vragen gesteld worden: 1. Vanaf welke tijdstip kunnen – eerder aangelegde – liquidatiereserves fiscaal voordelig uitgekeerd worden? 2. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves vervroegd uit te keren? 3. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves aan te leggen voor boekjaar 2025?
Normaal gezien bezorgt uw Sociale Kas u eind november, begin december een uitnodiging tot betaling. De bijdrage voor 2025 bedraagt € 399,73 (2024: € 387,34) als het balanstotaal van het boekjaar 2023 niet hoger lag dan € 858.605,72. Ligt het balanstotaal hoger dan € 858.605,72, dan bedraagt de bijdrage € 998,47 (2024: € 967,52).
Sinds 2023 moet uw vennootschap de vennootschapsbijdrage uiterlijk 31 december (i.p.v. 30 juni) betalen. Betaalt uw vennootschap deze bijdrage niet (tijdig), dan riskeert ze een boete van 1% van de bijdrage per maand vertraging.
Onder bepaalde voorwaarden geldt er wel een tijdelijke vrijstelling. Een startende vennootschap kan immers in de eerste drie jaren van haar bestaan een vrijstelling vragen. Voorwaarde is wel dat ze: (1) ingeschreven is in de Kruispuntbank van Ondernemingen; (2) niet de vorm van een NV heeft en (3) de bedrijfsleiders in de loop van de 10 jaar voor de oprichting niet meer dan 3 jaar aan het sociaal statuut van zelfstandigen onderworpen zijn geweest. De vrijstelling dient uitdrukkelijk aangevraagd te worden via een modelformulier dat verkrijgbaar is bij de sociale kas.