Vennootschapsbijdrage 2025 uiterlijk 31.12.2025 betalen
De vennootschapsbijdrage is de jaarlijkse bijdrage die uw vennootschap moet betalen aan het sociaal verzekeringsfonds. Deze is fiscaal aftrekbaar als beroepskost.
-
Meerwaardebelasting: hoe wordt er bepaald of u een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
Sinds 1 januari 2026 is er, zoals eerder gecommuniceerd, een belasting op meerwaarden op financiële vaste activa in uw privévermogen, zoals aandelen. Belegt u als particulier op een gewone, niet beroepsmatige manier, dan wordt de meerwaarde in principe belast aan 10%. Hoe wordt dan bekeken of u effectief een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
-
Btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen: omzetdrempel € 25.000
Is uw jaaromzet exclusief btw niet hoger dan € 25.000, dan kan u in principe kiezen voor de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen. U moet dan geen btw aanrekenen op facturen aan uw klanten en dus ook geen periodieke btw-aangiftes meer indienen.
-
Tweedehandsauto aankopen met uw vennootschap
Zoals u wellicht weet, zijn de autokosten van een auto die niet 100% emissievrij is, zoals een hybride auto of een auto met een verbrandingsmotor, die u in 2026 met uw vennootschap aankoopt, niet langer aftrekbaar voor uw vennootschap. Maar wat als u een tweedehandsauto aankoopt die al vóór 2026 in gebruik was?
Normaal gezien bezorgt uw Sociale Kas u eind november, begin december een uitnodiging tot betaling. De bijdrage voor 2025 bedraagt € 399,73 (2024: € 387,34) als het balanstotaal van het boekjaar 2023 niet hoger lag dan € 858.605,72. Ligt het balanstotaal hoger dan € 858.605,72, dan bedraagt de bijdrage € 998,47 (2024: € 967,52).
Sinds 2023 moet uw vennootschap de vennootschapsbijdrage uiterlijk 31 december (i.p.v. 30 juni) betalen. Betaalt uw vennootschap deze bijdrage niet (tijdig), dan riskeert ze een boete van 1% van de bijdrage per maand vertraging.
Onder bepaalde voorwaarden geldt er wel een tijdelijke vrijstelling. Een startende vennootschap kan immers in de eerste drie jaren van haar bestaan een vrijstelling vragen. Voorwaarde is wel dat ze: (1) ingeschreven is in de Kruispuntbank van Ondernemingen; (2) niet de vorm van een NV heeft en (3) de bedrijfsleiders in de loop van de 10 jaar voor de oprichting niet meer dan 3 jaar aan het sociaal statuut van zelfstandigen onderworpen zijn geweest. De vrijstelling dient uitdrukkelijk aangevraagd te worden via een modelformulier dat verkrijgbaar is bij de sociale kas.