Wetgever past aanslag geheime commissielonen aan
Volgens de wet kon de fiscus lonen en voordelen die niet op een fiche 281 vermeld worden onderwerpen aan de aanslag geheime commissielonen (AGC), tenzij de verkrijger ondubbelzinnig geïdentificeerd werd binnen twee jaar en zes maanden, te rekenen vanaf 1 januari van het betreffende aanslagjaar.
-
Koopt u een nieuwe auto beter nog in 2026 dan in 2027?
Stel u wil een nieuwe auto aankopen of leasen voor uw onderneming (eenmanszaak of vennootschap). Kan u dit dan beter nog in 2026 doen of kan u fiscaal gezien evengoed wachten tot in 2027?
-
Wanneer heeft uw vennootschap recht op investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
Doet uw kleine vennootschap een nieuwe investering, dan kan zij daarvoor onder bepaalde voorwaarden genieten van de investeringsaftrek. Wanneer moet die investering precies gebeuren om nog recht te hebben op de investeringsaftrek voor boekjaar 2026?
-
Winst toegewezen aan een liquidatiereserve
Om de correcte beslissingen te nemen tijdens en bij de afsluiting van boekjaar 2025, moeten drie vragen gesteld worden: 1. Vanaf welke tijdstip kunnen – eerder aangelegde – liquidatiereserves fiscaal voordelig uitgekeerd worden? 2. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves vervroegd uit te keren? 3. Vormt het een opportuniteit om liquidatiereserves aan te leggen voor boekjaar 2025?
Volgens de wet kon de fiscus lonen en voordelen die niet op een fiche 281 vermeld worden onderwerpen aan de aanslag geheime commissielonen (AGC), tenzij de verkrijger ondubbelzinnig geïdentificeerd werd binnen twee jaar en zes maanden, te rekenen vanaf 1 januari van het betreffende aanslagjaar. Het was dus eigenlijk mogelijk dat een vennootschap de AGC verschuldigd was, omdat de genieter niet tijdig geïdentificeerd was, ook al werd de genieter uiteindelijk wel belast op de genoten voordelen.
Het Grondwettelijk Hof was het daar echter niet mee eens. Volgens het Hof is immers niet de identificatietermijn op zich van belang. Wat van belang is de mogelijkheid voor de fiscus om dankzij die identificatie de niet-aangegeven inkomsten nog bij de verkrijger te kunnen belasten. Als dat nog kan, mag de fiscus de AGC niet toepassen, ook al is de identificatietermijn van 2 jaar en 6 maanden al verstreken (GwH, 26.09.2019). De wetgever heeft zich geschikt naar dit arrest, op voorwaarde dat de genieter een binnenlandse verkrijger is en akkoord is gegaan met de belasting (Wet van 27.06.2021 houdende diverse fiscale bepalingen, BS 30.06.2021).