Wetgever past aanslag geheime commissielonen aan
Volgens de wet kon de fiscus lonen en voordelen die niet op een fiche 281 vermeld worden onderwerpen aan de aanslag geheime commissielonen (AGC), tenzij de verkrijger ondubbelzinnig geïdentificeerd werd binnen twee jaar en zes maanden, te rekenen vanaf 1 januari van het betreffende aanslagjaar.
-
Wettelijke interestvoet bij betalingsachterstand b2b blijft voor de tweede helft van 2026 10,5%
De interestvoet die u in de tweede helft van 2026 kunt aanrekenen als u zaken doet met andere ondernemers die uw facturen te laat betalen, is bekend.
-
Werken rond uw privéwoning aan 6% btw?
In principe mag een aannemer aan 6% btw factureren als hij zgn. werken in onroerende staat uitvoert aan een pand dat minstens 10 jaar oud is en dat na de werken hoofdzakelijk voor privédoeleinden gebruikt wordt.
-
Beleggen met uw vennootschap of privé: wat levert netto het meeste op?
Uw vennootschap heeft bv. € 20.000 op de bankrekening staan die u zou willen beleggen in aandelen. Wat doet u dan het beste: dat bedrag nu als een dividend uitkeren en privé beleggen of de belegging door uw vennootschap laten doen en het geld later naar u privé halen?
Volgens de wet kon de fiscus lonen en voordelen die niet op een fiche 281 vermeld worden onderwerpen aan de aanslag geheime commissielonen (AGC), tenzij de verkrijger ondubbelzinnig geïdentificeerd werd binnen twee jaar en zes maanden, te rekenen vanaf 1 januari van het betreffende aanslagjaar. Het was dus eigenlijk mogelijk dat een vennootschap de AGC verschuldigd was, omdat de genieter niet tijdig geïdentificeerd was, ook al werd de genieter uiteindelijk wel belast op de genoten voordelen.
Het Grondwettelijk Hof was het daar echter niet mee eens. Volgens het Hof is immers niet de identificatietermijn op zich van belang. Wat van belang is de mogelijkheid voor de fiscus om dankzij die identificatie de niet-aangegeven inkomsten nog bij de verkrijger te kunnen belasten. Als dat nog kan, mag de fiscus de AGC niet toepassen, ook al is de identificatietermijn van 2 jaar en 6 maanden al verstreken (GwH, 26.09.2019). De wetgever heeft zich geschikt naar dit arrest, op voorwaarde dat de genieter een binnenlandse verkrijger is en akkoord is gegaan met de belasting (Wet van 27.06.2021 houdende diverse fiscale bepalingen, BS 30.06.2021).