Fiscale antimisbruikbepaling en de bewijslast van de fiscus
Beroepsrechter spreekt zich uit over fiscale antimisbruikbepaling In 2012 werd de fiscale antimisbruikbepaling (art. 344, § 1 WIB 1992) herschreven om het toepassingsgebied ervan te verruimen.
-
Sinds 1 januari 2026 is de Vlaamse vriendenerfenis vervangen door de zgn. singlevermindering
Met de vriendenerfenis kon u sinds 1 juli 2021 in Vlaanderen via een testament tot € 15.000 nalaten aan één of meerdere vrienden of verre familieleden (broers/zussen en verdere verwanten) tegen een verlaagd tarief van 3% in plaats van 25%. Die regeling is nu verdwenen en vervangen door de singlevermindering, die enkel bedoeld is voor alleenstaande erflaters zonder (klein)kinderen.
-
Belastingvermindering voor giften nog maar 30% sinds aanslagjaar 2026 (voorheen: 45%)
Als u een gift doet aan een erkende organisatie, kunt u onder bepaalde voorwaarden een belastingvermindering krijgen in de inkomstenbelasting. De gift moet minstens € 40 bedragen en u hebt een attest nodig van de erkende organisatie waaraan u schenkt.
-
Dienstencheques in Brussel vanaf 2026: wat verandert er voor u?
Sinds 1 januari 2026 is het Brusselse dienstenchequesysteem aangepast. De bedoeling is om het werk van huishoudhulpen beter te waarderen.
In 2012 werd de fiscale antimisbruikbepaling (art. 344, § 1 WIB 1992) herschreven om het toepassingsgebied ervan te verruimen. Van fiscaal misbruik is er sprake als de belastingplichtige een handeling stelt die in wezen gericht is op het verkrijgen van een belastingvoordeel maar waarbij in de gegeven situatie het toekennen van dat voordeel in strijd zou zijn met de doelstelling van de betrokken wetsbepaling. De fiscus mag dan belasten alsof het misbruik niet plaats gevonden heeft. Echter, wilt de fiscus zich op deze bepaling beroepen dan moet hij het nodige bewijs leveren. Dat heeft een beroepsrechter te Gent op 1 oktober 2019 nog beslist.
Vaak blijken de doelstellingen van een wet niet of toch niet duidelijk uit de wettekst of de parlementaire voorbereiding en dan kan de fiscus het vereiste bewijs dus niet leveren. Slaagt de fiscus niet in zijn bewijs, dan is er geen fiscaal misbruik, en hoeft de belastingplichtige zelf niets meer aan te tonen. Slaagt de fiscus toch in zijn bewijs, dan is er ook geen fiscaal misbruik als er dan ten minste één valabel niet-fiscaal motief kan gegeven waarom voor een bepaalde juridische weg gekozen werd.