Btw-herzieningstermijn van 5 of 15 jaar op verbouwingswerken?
De btw-aftrek op investeringen, bedrijfsmiddelen, is niet definitief. Gedurende een bepaalde (herzienings)termijn kan het aftrekbare gedeelte herzien worden.
-
Hoeveel roerende voorheffing betaalt u op liquidatiereserves die u in 2026 uitkeert en wat verandert de nieuwe wetgeving?
De programmawet van 30 mei 2026, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 1 juni 2026, wijzigt het fiscale regime van de zgn. liquidatiereserves.
-
Is de jaarrekening 2025 van uw vennootschap definitief na goedkeuring en neerlegging?
Valt het boekjaar van uw vennootschap samen met het kalenderjaar? Dan moet de algemene vergadering de jaarrekening 2025 uiterlijk op 30 juni 2026 goedkeuren. Daarna moet de jaarrekening binnen de 30 dagen worden neergelegd bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België (uiterlijk op 31 juli 2026).
-
De meerwaardebelasting geldt ook voor bepaalde verzekeringsproducten
Sinds 1 januari 2026 is er, zoals eerder gecommuniceerd, een belasting op meerwaarden op financiële vaste activa in uw privévermogen. Denk hierbij aan aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, trackers (ETF’s) en andere financiële instrumenten. De gerealiseerde meerwaarde wordt in principe belast aan een tarief van 10%.
De herzieningstermijn voor roerende goederen en voor omvormings- en verbeteringswerken aan een gebouw bedraagt 5 jaar. De herzieningstermijn voor gebouwen is 15 jaar. Gaat om een gebouw dat verhuurd wordt met toepassing van het optioneel stelsel voor professionele onroerende verhuur, dan is dat 25 jaar.
Als de verbeteringswerken echter zo ingrijpend zijn dat ze eigenlijk een nieuw gebouw tot stand brengen voor de btw, is de termijn van 15 jaar voor gebouwen toepasselijk. Het gaat daarbij steeds om een feitenkwestie.
Volgens de administratieve praktijk is er sprake van een vernieuwd gebouw wanneer het gebouw door de werken een ingrijpende wijziging in zijn wezenlijke elementen van zijn structuur heeft ondergaan (draagmuren, vloeren, traphallen, liftkoker ...), namelijk in zijn aard, zijn structuur en, in voorkomend geval, in zijn bestemming.
Als de uitgevoerde werken van die aard zijn dat ze een belangrijke wijziging aan het gebouw met zich brengen, maar het moeilijk te bepalen is of het gebouw een ingrijpende wijziging in zijn wezenlijke elementen heeft ondergaan, dan gaat het om een vernieuwd gebouw wanneer de kostprijs (excl. btw) van de uitgevoerde werken aan het gebouw ten minste 60 % van de verkoopwaarde van het gebouw bedraagt.