Cassatie spreekt zich uit: btw-tegoed van tel bij invordering nalatigheidsinteresten
Het is gangbare praktijk dat de Btw een boete én nalatigheidsinteresten (in 2023: 8%) oplegt als u of uw vennootschap te weinig btw betaald heeft of ten onrechte btw gerecupereerd heeft
-
Meerwaardebelasting: hoe wordt er bepaald of u een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
Sinds 1 januari 2026 is er, zoals eerder gecommuniceerd, een belasting op meerwaarden op financiële vaste activa in uw privévermogen, zoals aandelen. Belegt u als particulier op een gewone, niet beroepsmatige manier, dan wordt de meerwaarde in principe belast aan 10%. Hoe wordt dan bekeken of u effectief een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
-
Btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen: omzetdrempel € 25.000
Is uw jaaromzet exclusief btw niet hoger dan € 25.000, dan kan u in principe kiezen voor de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen. U moet dan geen btw aanrekenen op facturen aan uw klanten en dus ook geen periodieke btw-aangiftes meer indienen.
-
Tweedehandsauto aankopen met uw vennootschap
Zoals u wellicht weet, zijn de autokosten van een auto die niet 100% emissievrij is, zoals een hybride auto of een auto met een verbrandingsmotor, die u in 2026 met uw vennootschap aankoopt, niet langer aftrekbaar voor uw vennootschap. Maar wat als u een tweedehandsauto aankoopt die al vóór 2026 in gebruik was?
Het is gangbare praktijk dat de Btw een boete én nalatigheidsinteresten (in 2023: 8%) oplegt als u of uw vennootschap te weinig btw betaald heeft of ten onrechte btw gerecupereerd heeft. De Btw houdt daarbij geen rekening met een eventueel btw-tegoed dat u of uw vennootschap op de rekening-courant bij de Btw heeft staan.
Een btw-tegoed ontstaat doordat de te recupereren btw (op aankopen) groter is dan de te betalen btw (op verkopen) zoals die blijkt uit de periodieke btw-aangifte. Zolang dat het btw-tegoed niet wordt teruggevraagd, wordt dat btw-tegoed overgedragen naar het volgende aangiftetijdvak.
Cassatie heeft eind 2022 geoordeeld dat de Btw wel degelijk rekening moet houden met een eventueel btw-tegoed als zij nalatigheidsinteresten invordert. Heeft u of uw vennootschap aldus een btw-tegoed, dan mag de Btw, zo die bij een controle vaststelt dat er te weinig btw afgedragen werd of ten onrechte btw werd gerecupereerd, slechts nalatigheidsinteresten rekenen op het bedrag dat overblijft na aftrek van het btw-tegoed. De Btw mag dus m.a.w. helemaal geen nalatigheidsinteresten opleggen als de ingevorderde btw lager is dan het eventueel btw-tegoed (Cass. 22 december 2022). Het is evenwel afwachten hoe de Btw zich zal schikken naar dit cassatie-arrest.