Cassatie spreekt zich uit: btw-tegoed van tel bij invordering nalatigheidsinteresten
Het is gangbare praktijk dat de Btw een boete én nalatigheidsinteresten (in 2023: 8%) oplegt als u of uw vennootschap te weinig btw betaald heeft of ten onrechte btw gerecupereerd heeft
-
Dienstencheques in Brussel vanaf 2026: wat verandert er voor u?
Sinds 1 januari 2026 is het Brusselse dienstenchequesysteem aangepast. De bedoeling is om het werk van huishoudhulpen beter te waarderen.
-
Strengere regels voor 2% registratierechten op uw enige, eigen woning in Vlaanderen
Koopt u in Vlaanderen een woning als uw enige en eigen gezinswoning, dan betaalt u maar 2% registratierechten, maar vanaf 1 januari 2026 wordt het veel strikter om dat voordeel te houden.
-
Kilometervergoeding licht geïndexeerd sinds 01.01.2026
Als een bedrijfsleider of werknemer beroepsmatige verplaatsingen maakt met zijn eigen auto, motorfiets of bromfiets, dan kan hij daarvoor een forfaitaire onkostenvergoeding van respectievelijk zijn vennootschap of zijn werkgever krijgen.
Het is gangbare praktijk dat de Btw een boete én nalatigheidsinteresten (in 2023: 8%) oplegt als u of uw vennootschap te weinig btw betaald heeft of ten onrechte btw gerecupereerd heeft. De Btw houdt daarbij geen rekening met een eventueel btw-tegoed dat u of uw vennootschap op de rekening-courant bij de Btw heeft staan.
Een btw-tegoed ontstaat doordat de te recupereren btw (op aankopen) groter is dan de te betalen btw (op verkopen) zoals die blijkt uit de periodieke btw-aangifte. Zolang dat het btw-tegoed niet wordt teruggevraagd, wordt dat btw-tegoed overgedragen naar het volgende aangiftetijdvak.
Cassatie heeft eind 2022 geoordeeld dat de Btw wel degelijk rekening moet houden met een eventueel btw-tegoed als zij nalatigheidsinteresten invordert. Heeft u of uw vennootschap aldus een btw-tegoed, dan mag de Btw, zo die bij een controle vaststelt dat er te weinig btw afgedragen werd of ten onrechte btw werd gerecupereerd, slechts nalatigheidsinteresten rekenen op het bedrag dat overblijft na aftrek van het btw-tegoed. De Btw mag dus m.a.w. helemaal geen nalatigheidsinteresten opleggen als de ingevorderde btw lager is dan het eventueel btw-tegoed (Cass. 22 december 2022). Het is evenwel afwachten hoe de Btw zich zal schikken naar dit cassatie-arrest.