Cassatie spreekt zich uit over fiscaal misbruik en managementvennootschap
De fiscus staat steeds wantrouwig tegenover managementvennootschappen en meer bepaald stelt hij bij de vennootschap die de vergoedingen aan de managementvennootschap betaalt de aftrek daarvan in vraag.
-
Geregistreerd kassasysteem (GKS) 2.0 definitief vanaf 1 juli 2026 voor horecazaken: controleer nu uw overstapdatum
Het koninklijk besluit dat de invoering van GKS 2.0 definitief vastlegt, werd op 3 juni 2026 gepubliceerd. Zoals eerder aangekondigd wordt de nieuwe generatie van het geregistreerd kassasysteem vanaf 1 juli 2026 verplicht voor horecazaken. GKS 2 is beter afgestemd op de huidige technologieën en stuurt transacties vrijwel in realtime door naar de FOD Financiën, waardoor controles ter plaatse zullen afnemen.
-
Verlaagd vennootschapstarief: minimumloon niet evenredig verlagen bij een verkort boekjaar
Vennootschappen kunnen onder bepaalde voorwaarden genieten van een verlaagd belastingtarief van 20% (in plaats van 25%) op de eerste € 100.000 winst. Een belangrijke voorwaarde is dat minstens één bedrijfsleider een minimumloon ontvangt van € 50.000 (in principe vanaf boekjaar 2026).
-
VVPR-bis-dividend nog vóór 1 juli 2026 uitkeren om van 15% roerende voorheffing te genieten
Maakt uw vennootschap gebruik van de VVPR-bis-regeling? Dan kan het interessant zijn om na te gaan of een geplande dividenduitkering nog vóór 1 juli 2026 mogelijk is. Vanaf die datum stijgt namelijk de roerende voorheffing op deze dividenden van 15% naar 18%.
De fiscus staat steeds wantrouwig tegenover managementvennootschappen en meer bepaald stelt hij bij de vennootschap die de vergoedingen aan de managementvennootschap betaalt de aftrek daarvan in vraag. Soms gebeurt het ook dat hij de managementvennootschap ‘opzijschuift’ en haar inkomsten rechtstreeks belast bij haar bestuurder die de diensten effectief verricht. Cassatie heeft op 2 januari 2020 beslist dat dit niet zomaar kan.
De fiscus kan maar abstractie maken van de juridische realiteit, in casu het bestaan van een vennootschap en van de overeenkomsten die ze afgesloten heeft, als hij simulatie of fiscaal misbruik bewijst, en dat was in casu niet gebeurd. Bij simulatie moet de fiscus aantonen dat de bestuurder niet alle gevolgen van zijn vennootschap aanvaardt door bv. documenten in zijn privénaam te onderteken. Bij fiscaal misbruik moet de fiscus bewijzen dat de bestuurder louter een fiscaal voordeel nastreeft dat in strijd is met het doel van de wet. Fiscaal misbruik is echter niet aanwezig als er een niet-fiscaal motief voorhanden is.