Hoe wordt u belast op uw tweede verblijf in de personenbelasting?
Een tweede verblijf wordt belast tegen de progressieve tarieven van de personenbelasting. De manier waarop het belastbaar inkomen wordt berekend, hangt af van het gebruik van de woning.
-
Vraag de vernieuwing van de « handelaarsplaten » uiterlijk op 15 februari 2027 aan
Garagisten en andere voertuighandelaars moeten de geldigheid van hun handelaarsplaten elk jaar laten vernieuwen.
-
Terugbetaling van elektriciteit voor het thuisladen van de bedrijfswagen: tarief voor het 4e kwartaal van 2026
Werknemers en bedrijfsleiders kunnen onder bepaalde voorwaarden van hun werkgever/vennootschap een belastingvrije terugbetaling ontvangen van de elektriciteitskosten voor het thuisladen van hun elektrische bedrijfswagen.
-
Hervorming van de “Coup de pouce”-lening
Met de Coup de pouce-lening kan een in het Waals Gewest gevestigde kmo geld lenen van bepaalde particulieren om haar activiteiten te financieren.
Gebruikt u het tweede verblijf zelf of verhuurt u het aan een particulier die de woning uitsluitend privé gebruikt? Dan wordt u niet belast op de werkelijk ontvangen huurinkomsten. De fiscus houdt in dat geval rekening met het geïndexeerde kadastraal inkomen (KI), verhoogd met 40%. Voor 2026 wordt het KI geïndexeerd met een factor van 2,3000. Dit bedrag wordt samen met uw andere inkomsten belast volgens de progressieve tarieven van de personenbelasting.
Verhuurt u uw tweede verblijf aan iemand die het professioneel gebruikt, dan wordt u wel belast op de werkelijk ontvangen huur. Op die huurinkomsten mag u een forfaitaire kostenaftrek van 40% toepassen. Die aftrek is wel beperkt tot 2/3de van het gerevaloriseerde kadastraal inkomen (2026: KI x 5,75). De belastbare nettohuur mag bovendien nooit lager zijn dan het geïndexeerde kadastraal inkomen verhoogd met 40%, het bedrag dat ook geldt bij privégebruik of privéverhuur. Dat bedrag wordt samen met uw andere inkomsten belast volgens de progressieve tarieven van de personenbelasting.
Sinds inkomstenjaar 2025 kunt u de interesten van een lening voor een tweede verblijf niet langer aftrekken van het belastbaar onroerend inkomen. Die afschaffing geldt voor alle leningen, ook voor leningen die al vóór 2026 werden afgesloten. Daardoor zijn de vroegere codes 1146/2146 voor de interestaftrek van de betaalde interesten sinds aanslagjaar 2026 verdwenen uit de belastingaangifte.