Hoeveel mag uw kind bijverdienen als jobstudent om nog fiscaal ten laste te blijven?
Om ten laste te zijn moet uw kind op 1 januari van het aanslagjaar (voor inkomstenjaar 2026 is dit dus 1 januari 2027) deel uitmaken van uw gezin. Hiernaast wordt er gekeken naar de inkomsten (zgn. bestaansmiddelen) van uw kind.
-
Meerwaardebelasting: hoe wordt er bepaald of u een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
Sinds 1 januari 2026 is er, zoals eerder gecommuniceerd, een belasting op meerwaarden op financiële vaste activa in uw privévermogen, zoals aandelen. Belegt u als particulier op een gewone, niet beroepsmatige manier, dan wordt de meerwaarde in principe belast aan 10%. Hoe wordt dan bekeken of u effectief een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
-
Btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen: omzetdrempel € 25.000
Is uw jaaromzet exclusief btw niet hoger dan € 25.000, dan kan u in principe kiezen voor de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen. U moet dan geen btw aanrekenen op facturen aan uw klanten en dus ook geen periodieke btw-aangiftes meer indienen.
-
Tweedehandsauto aankopen met uw vennootschap
Zoals u wellicht weet, zijn de autokosten van een auto die niet 100% emissievrij is, zoals een hybride auto of een auto met een verbrandingsmotor, die u in 2026 met uw vennootschap aankoopt, niet langer aftrekbaar voor uw vennootschap. Maar wat als u een tweedehandsauto aankoopt die al vóór 2026 in gebruik was?
Als uw kind ten laste is dan heeft u recht op een verhoging van uw belastingvrije som, waardoor een groter deel van uw belastbaar privéinkomen belastingvrij blijft.
In 2026 mag uw kind maximaal € 12.300 aan nettobestaansmiddelen ontvangen. Dit gaat over vrijwel alle inkomsten van uw kind, zoals beroepsinkomsten, roerende inkomsten, onderhoudsuitkeringen boven de € 4.200 per jaar,…
De eerste € 7.010 die uw kind verdient in een studentenjob, telt niet mee om de nettobestaansmiddelen te berekenen. Op de inkomsten hierboven mag een kostenforfait van 20% toegepast worden (met een minimum van € 580), zodat slechts 80% als nettobestaansmiddelen in aanmerking wordt genomen, tenzij ervoor gekozen wordt de effectieve beroepskosten te bewijzen.