Minister nuanceert fiscaal co-ouderschap: feitelijke situatie primeert
Een kind ten laste geeft recht op een verhoogde belastingvrije som in de personenbelasting.
-
Meerwaardebelasting: hoe wordt er bepaald of u een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
Sinds 1 januari 2026 is er, zoals eerder gecommuniceerd, een belasting op meerwaarden op financiële vaste activa in uw privévermogen, zoals aandelen. Belegt u als particulier op een gewone, niet beroepsmatige manier, dan wordt de meerwaarde in principe belast aan 10%. Hoe wordt dan bekeken of u effectief een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
-
Btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen: omzetdrempel € 25.000
Is uw jaaromzet exclusief btw niet hoger dan € 25.000, dan kan u in principe kiezen voor de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen. U moet dan geen btw aanrekenen op facturen aan uw klanten en dus ook geen periodieke btw-aangiftes meer indienen.
-
Tweedehandsauto aankopen met uw vennootschap
Zoals u wellicht weet, zijn de autokosten van een auto die niet 100% emissievrij is, zoals een hybride auto of een auto met een verbrandingsmotor, die u in 2026 met uw vennootschap aankoopt, niet langer aftrekbaar voor uw vennootschap. Maar wat als u een tweedehandsauto aankoopt die al vóór 2026 in gebruik was?
Een kind ten laste geeft recht op een verhoogde belastingvrije som in de personenbelasting. Voor wie gehuwd of wettelijk samenwonend is, komt dit belastingvoordeel toe aan de ouder met het hoogste belastbaar inkomen. Zo de ouders niet meer samenwonen, komt het fiscaal voordeel louter en alleen toe aan de ouder van wiens gezin het kind deel uitmaakt op 1 januari van het aanslagjaar. Bij fiscaal co-ouderschap wordt het fiscaal voordeel over beide ouders verdeeld toe waarbij de huisvesting van het kind dan gespreid is over beide ouders, zoals blijkt uit een rechterlijke beslissing of een overeenkomst tussen de ouders.
Aan de minister van Financiën werd de vraag gesteld wat er gebeurt zo er een wijziging optreedt in de verdeling van de huisvesting doordat bv. het kind nog slechts bij één ouder woont. Volgens de minister primeert de werkelijkheid in dat geval. Als een ouder onomstotelijk aantoont dat er van een gelijkmatige huisvesting geen sprake meer is en bovendien bewijst dat het kind uitsluitend deel uitmaakt van zijn/haar gezin, dan kan het fiscaal voordeel voor het kind volgens de minister volledig aan deze ouder worden toegekend, ook al vraagt de andere ouder de toepassing van de fiscale co-ouderschapsregeling (Vr. en Antw. Kamer 2021-22, nr. 55-081, 134).