Ook investeringsaftrek (IA) als vennootschap gebruiksrecht op investering overdraagt
Een van de toepassingsvoorwaarden voor de investeringsaftrek (IA tot eind 2022 nog verhoogd tot 25%; daarna 8%) is dat het moet gaan om een nieuwe, beroepsmatige investering die op minstens 3 jaar afgeschreven wordt.
-
Meerwaardebelasting: hoe wordt er bepaald of u een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
Sinds 1 januari 2026 is er, zoals eerder gecommuniceerd, een belasting op meerwaarden op financiële vaste activa in uw privévermogen, zoals aandelen. Belegt u als particulier op een gewone, niet beroepsmatige manier, dan wordt de meerwaarde in principe belast aan 10%. Hoe wordt dan bekeken of u effectief een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
-
Btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen: omzetdrempel € 25.000
Is uw jaaromzet exclusief btw niet hoger dan € 25.000, dan kan u in principe kiezen voor de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen. U moet dan geen btw aanrekenen op facturen aan uw klanten en dus ook geen periodieke btw-aangiftes meer indienen.
-
Tweedehandsauto aankopen met uw vennootschap
Zoals u wellicht weet, zijn de autokosten van een auto die niet 100% emissievrij is, zoals een hybride auto of een auto met een verbrandingsmotor, die u in 2026 met uw vennootschap aankoopt, niet langer aftrekbaar voor uw vennootschap. Maar wat als u een tweedehandsauto aankoopt die al vóór 2026 in gebruik was?
Een van de toepassingsvoorwaarden voor de investeringsaftrek (IA tot eind 2022 nog verhoogd tot 25%; daarna 8%) is dat het moet gaan om een nieuwe, beroepsmatige investering die op minstens 3 jaar afgeschreven wordt. Ook moet de vennootschap die de investering doet een kleine vennootschap zijn in de zin van het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (art. 1:24, §1-6 WVV).
Een vennootschap behoudt tevens de IA op de investering waarvan zij het gebruiksrecht, anders dan via o.m. opstal of leasing, (dus bv. via een huurovereenkomst) overdraagt aan een natuurlijke persoon of vennootschap die zelf voor de IA in aanmerking zou komen zo zij de investering zelf had aangekocht om die te gebruiken voor haar beroepsactiviteit en het recht van gebruik ervan geheel noch gedeeltelijk zelf aan een derde overdraagt (art. 75, 3° WIB 1992).