Programmawet van 18 juli 2025: geen belastingverhoging meer bij eerste overtreding te goeder trouw
Met de programmawet, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 29 juli 2025, verdwijnt de belastingverhoging voor wie te goeder trouw een eerste fout maakt in de belastingaangifte. Deze wijziging geldt voor aanslagen ingekohierd (officieel in het belastingregister opgenomen) vanaf 29 juli 2025.
-
Meerwaardebelasting: hoe wordt er bepaald of u een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
Sinds 1 januari 2026 is er, zoals eerder gecommuniceerd, een belasting op meerwaarden op financiële vaste activa in uw privévermogen, zoals aandelen. Belegt u als particulier op een gewone, niet beroepsmatige manier, dan wordt de meerwaarde in principe belast aan 10%. Hoe wordt dan bekeken of u effectief een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
-
Btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen: omzetdrempel € 25.000
Is uw jaaromzet exclusief btw niet hoger dan € 25.000, dan kan u in principe kiezen voor de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen. U moet dan geen btw aanrekenen op facturen aan uw klanten en dus ook geen periodieke btw-aangiftes meer indienen.
-
Tweedehandsauto aankopen met uw vennootschap
Zoals u wellicht weet, zijn de autokosten van een auto die niet 100% emissievrij is, zoals een hybride auto of een auto met een verbrandingsmotor, die u in 2026 met uw vennootschap aankoopt, niet langer aftrekbaar voor uw vennootschap. Maar wat als u een tweedehandsauto aankoopt die al vóór 2026 in gebruik was?
Tot nu toe kon de fiscus een boete van minstens 10% opleggen wanneer een aangifte niet of laattijdig werd ingediend, of als die onvolledig of onjuist was.
Voortaan geldt echter dat bij een eerste overtreding te goeder trouw geen belastingverhoging meer mag worden opgelegd. De goede trouw van de belastingplichtige wordt vermoed bij een eerste overtreding. De belastingadministratie zal dus moeten aantonen dat er of geen sprake is van goede trouw of van de intentie tot belastingontduiking om toch een boete te kunnen opleggen.
Een praktisch voorbeeld: stel dat een belastingplichtige het beroepsmatige gebruik van zijn woning licht verkeerd inschat op 30%, terwijl dit in werkelijkheid 20% blijkt te zijn, dan wordt deze vergissing beschouwd als een overtreding te goeder trouw, waarvoor geen belastingverhoging mag toegepast worden. Stel dat de belastingplichtige het beroepsmatige gebruik flagrant verkeerd inschat op 90%, terwijl het in werkelijkheid slechts 20% bedraagt, dan kan de fiscus wel kwade trouw aantonen en een belastingverhoging toepassen.