Programmawet van 18 juli 2025: geen belastingverhoging meer bij eerste overtreding te goeder trouw
Met de programmawet, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 29 juli 2025, verdwijnt de belastingverhoging voor wie te goeder trouw een eerste fout maakt in de belastingaangifte. Deze wijziging geldt voor aanslagen ingekohierd (officieel in het belastingregister opgenomen) vanaf 29 juli 2025.
-
Meerwaardebelasting: de aandelen van uw vennootschap
De belasting op de meerwaarde gerealiseerd bij de verkoop van aandelen van uw eigen vennootschap hangt af van de concrete omstandigheden.
-
Borgstelling voor uw vennootschap: wanneer is de betaling als beroepskost aftrekbaar?
U stelt zich in het jaar X borg voor een krediet dat uw vennootschap aangegaan is. Helaas komt ze enkele jaren later in financiële problemen en wordt u als borg zgn. uitgewonnen. Onder welke voorwaarden is het bedrag dat u als borg betaald heeft aan de schuldeiser van uw vennootschap aftrekbaar en voor welk jaar?
-
Nieuwe ondernemersaftrek voor zelfstandigen met een eenmanszaak vanaf inkomstenjaar 2027
In het kader van het regeerakkoord 2025-2029 werd de wet tot hervorming van de personenbelasting goedgekeurd. Deze wet voert vanaf 2027 een ondernemersaftrek voor zelfstandigen in.
Tot nu toe kon de fiscus een boete van minstens 10% opleggen wanneer een aangifte niet of laattijdig werd ingediend, of als die onvolledig of onjuist was.
Voortaan geldt echter dat bij een eerste overtreding te goeder trouw geen belastingverhoging meer mag worden opgelegd. De goede trouw van de belastingplichtige wordt vermoed bij een eerste overtreding. De belastingadministratie zal dus moeten aantonen dat er of geen sprake is van goede trouw of van de intentie tot belastingontduiking om toch een boete te kunnen opleggen.
Een praktisch voorbeeld: stel dat een belastingplichtige het beroepsmatige gebruik van zijn woning licht verkeerd inschat op 30%, terwijl dit in werkelijkheid 20% blijkt te zijn, dan wordt deze vergissing beschouwd als een overtreding te goeder trouw, waarvoor geen belastingverhoging mag toegepast worden. Stel dat de belastingplichtige het beroepsmatige gebruik flagrant verkeerd inschat op 90%, terwijl het in werkelijkheid slechts 20% bedraagt, dan kan de fiscus wel kwade trouw aantonen en een belastingverhoging toepassen.