Roerende voorheffing op interesten inhouden?
Heeft een bestuurder een tegoed op zijn rekening-courant, dan moet de vennootschap roerende voorheffing (rv) inhouden op de interesten die ze aan de bestuurder betaalt (in principe 30%).+
-
Meerwaardebelasting: hoe wordt er bepaald of u een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
Sinds 1 januari 2026 is er, zoals eerder gecommuniceerd, een belasting op meerwaarden op financiële vaste activa in uw privévermogen, zoals aandelen. Belegt u als particulier op een gewone, niet beroepsmatige manier, dan wordt de meerwaarde in principe belast aan 10%. Hoe wordt dan bekeken of u effectief een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
-
Btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen: omzetdrempel € 25.000
Is uw jaaromzet exclusief btw niet hoger dan € 25.000, dan kan u in principe kiezen voor de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen. U moet dan geen btw aanrekenen op facturen aan uw klanten en dus ook geen periodieke btw-aangiftes meer indienen.
-
Tweedehandsauto aankopen met uw vennootschap
Zoals u wellicht weet, zijn de autokosten van een auto die niet 100% emissievrij is, zoals een hybride auto of een auto met een verbrandingsmotor, die u in 2026 met uw vennootschap aankoopt, niet langer aftrekbaar voor uw vennootschap. Maar wat als u een tweedehandsauto aankoopt die al vóór 2026 in gebruik was?
Heeft een bestuurder een tegoed op zijn rekening-courant, dan moet de vennootschap roerende voorheffing (rv) inhouden op de interesten die ze aan de bestuurder betaalt (in principe 30%). De vennootschap moet daarvoor dan een aangifte rv indienen en de ingehouden rv betalen. Voor de bestuurder in kwestie is de rv bevrijdend, m.a.w. de bestuurder moet die rv niet meer opnemen in zijn privéaangifte. Heeft een bestuurder een rekening-courant schuld t.o.v. zijn vennootschap, dan moet op de betaalde interesten geen rv ingehouden worden (art. 107 KB/WIB 92). Voor de vennootschap zijn de ontvangen interesten gewoonweg een belastbaar inkomen.
Als een vennootschap interesten betaalt aan een andere Belgische vennootschap, dan moet ze geen rv inhouden. Er geldt dan immers een onvoorwaardelijke vrijstelling (art. 107, §2, 9°, c en art. 105, 3°, b KB/WIB 92). De ontvangende vennootschap wordt op de interesten wel belast tegen het gewone tarief in de vennootschapsbelasting.
Betaalt een vennootschap interesten aan een buitenlandse vennootschap, dan moet ze in de regel wel rv inhouden. De enige uitzondering daarop is wanneer een EU-vennootschap een rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming van ten minste 25% heeft in de Belgische vennootschap die schuldenaar is van de interesten (art. 107, §6 KB/WIB 92) en die deelneming gedurende een ononderbroken periode van een jaar in volle eigendom behouden heeft of er zich toe verbindt de deelneming aan te houden tot die minimumbezitsduur bereikt is.