Tijdelijke versoepeling forfaitaire 35% btw-aftrek bedrijfswagen verlengd
De recuperatie van btw op bedrijfswagens is beperkt tot het beroepsmatig gebruik ervan (en sowieso beperkt tot 50%).
-
Meerwaardebelasting: hoe wordt er bepaald of u een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
Sinds 1 januari 2026 is er, zoals eerder gecommuniceerd, een belasting op meerwaarden op financiële vaste activa in uw privévermogen, zoals aandelen. Belegt u als particulier op een gewone, niet beroepsmatige manier, dan wordt de meerwaarde in principe belast aan 10%. Hoe wordt dan bekeken of u effectief een belastbare meerwaarde heeft gerealiseerd?
-
Btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen: omzetdrempel € 25.000
Is uw jaaromzet exclusief btw niet hoger dan € 25.000, dan kan u in principe kiezen voor de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen. U moet dan geen btw aanrekenen op facturen aan uw klanten en dus ook geen periodieke btw-aangiftes meer indienen.
-
Tweedehandsauto aankopen met uw vennootschap
Zoals u wellicht weet, zijn de autokosten van een auto die niet 100% emissievrij is, zoals een hybride auto of een auto met een verbrandingsmotor, die u in 2026 met uw vennootschap aankoopt, niet langer aftrekbaar voor uw vennootschap. Maar wat als u een tweedehandsauto aankoopt die al vóór 2026 in gebruik was?
De recuperatie van btw op bedrijfswagens is beperkt tot het beroepsmatig gebruik ervan (en sowieso beperkt tot 50%). Het beroepsgebruik kan volgens 3 methoden vastgesteld worden. In de eerste plaats kan men zich baseren op de werkelijk gereden beroepskilomters bv. op basis van een rittenadministratie (mehtode 1). Daarnaast kan een semi-forfaitaire berekening van het percentage privégebruik van de wagen gehanteerd worden (methode 2). Tenslotte kan er geopteerd worden voor een forfaitaire methode die het beroepsgebruik vastlegt op 35% (methode 3).
Btw-plichtigen (die twee of meerdere bedrijfswagens hebben) kunnen de forfaitaire methode (methode 3) normaliter niet combineren met één van de twee andere methodes. De derde methode moet gebruikt worden voor alle wagens en moet tevens minstens 4 jaar gebruikt worden. De minister van Financiën had midden januari 2021 echter beslist dat ingevolge COVID-19 van die regels afgeweken kon worden (kalenderjaar 2020). Btw-plichtigen die de semi-forfaitaire methode (tweede methode) toepassen, konden zich voor kalenderjaar 2020 beroepen op het 35% forfait, maar vanaf 2021 kunnen ze weer terugvallen op de tweede methode. De vereiste om de forfaitaire methode minstens 4 jaar te gebruiken kwam dus te vervallen. Er werd ook toegelaten om voor het kalenderjaar 2020 voor de ene wagen methode 2 toe te passen en methode 3 voor een andere wagen.
De fiscus laat weten dat bovenstaande, afwijkende regels verlengd worden voor kalenderjaar 2021. Concreet komt dat er dus op neer dat btw-plichtigen die de semi-forfaitaire berekeningsmethode 2 gebruiken, ook voor het kalenderjaar 2021 hun recht op aftrek mogen uitoefenen via de forfaitaire methode 3 waarbij het beroepsgebruik wordt vastgesteld op 35 %. Vanaf 2022 kunnen zij weer terugvallen op de semi-forfaitaire methode, zonder dus die 4 kalenderjaren in kader van het 35%-forfait, te respecteren. Tevens mogen zij voor kalenderjaar 2021 de semi-forfaitaire methode 2 en de forfaitaire methode 3 combineren.