Voorlopige sociale bijdragen verlagen, verhogen of gelijk houden in 2026?
De sociale bijdragen voor 2026 worden berekend op uw beroepsinkomen van 2026. Aangezien dit nog niet bekend is, betaalt u eerst voorlopige sociale bijdragen op het inkomen van 3 jaar terug (2023).
-
Geregistreerd kassasysteem (GKS) 2.0 definitief vanaf 1 juli 2026 voor horecazaken: controleer nu uw overstapdatum
Het koninklijk besluit dat de invoering van GKS 2.0 definitief vastlegt, werd op 3 juni 2026 gepubliceerd. Zoals eerder aangekondigd wordt de nieuwe generatie van het geregistreerd kassasysteem vanaf 1 juli 2026 verplicht voor horecazaken. GKS 2 is beter afgestemd op de huidige technologieën en stuurt transacties vrijwel in realtime door naar de FOD Financiën, waardoor controles ter plaatse zullen afnemen.
-
Verlaagd vennootschapstarief: minimumloon niet evenredig verlagen bij een verkort boekjaar
Vennootschappen kunnen onder bepaalde voorwaarden genieten van een verlaagd belastingtarief van 20% (in plaats van 25%) op de eerste € 100.000 winst. Een belangrijke voorwaarde is dat minstens één bedrijfsleider een minimumloon ontvangt van € 50.000 (in principe vanaf boekjaar 2026).
-
VVPR-bis-dividend nog vóór 1 juli 2026 uitkeren om van 15% roerende voorheffing te genieten
Maakt uw vennootschap gebruik van de VVPR-bis-regeling? Dan kan het interessant zijn om na te gaan of een geplande dividenduitkering nog vóór 1 juli 2026 mogelijk is. Vanaf die datum stijgt namelijk de roerende voorheffing op deze dividenden van 15% naar 18%.
Elk jaar wordt het inkomen waarop uw voorlopige sociale bijdragen als zelfstandige berekend worden, geïndexeerd. In 2026 valt die indexatie wat lager uit dan in 2025, en dat heeft een rechtstreeks effect op wat u maandelijks betaalt. Voor 2026 wordt er gekeken naar uw beroepsinkomen van 2023, verhoogd met 7,24% om tot een geïndexeerd referentie-inkomen te komen. Op dat geïndexeerde bedrag betaalt u in principe 20,5% sociale bijdragen; enkel boven bepaalde grenzen zakt dat percentage eerst naar 14,16% (boven € 75.024,54) en uiteindelijk naar 0% (boven € 110.562,42).
Omdat het indexcijfer in 2026 lager ligt dan in 2025 (7,24% in plaats van 9,23%), zal u bij een gelijk gebleven inkomen minder voorlopige bijdragen betalen dan vorig jaar: bij een constant inkomen van € 60.000 dalen de voorlopige bijdragen als volgt:
- voorlopige bijdragen 2025: € 13.435,29 ((€ 60.000 x 109,23%) x 20,5%);
- voorlopige bijdragen 2026: € 13.190,52 ((€ 60.000 x 107,24%) x 20,5%).
De definitieve bijdragen op uw werkelijk inkomen van € 60.000 blijven echter € 12.300.
In de praktijk komt het hierop neer: blijft uw inkomen ongeveer gelijk t.o.v. 2023, dan hoeft u niets te doen en krijgt u later mogelijk een terugbetaling. U kan er ook voor kiezen uw voorlopige bijdragen te laten verlagen, zodat ze dichter bij het definitieve bedrag liggen. Verwacht u een hoger inkomen dan in 2023, dan kan u nagaan of dat inkomen boven uw geïndexeerde referentie-inkomen (inkomen 2023 + 7,24%) uitkomt. Is dat het geval dan laat u best uw voorlopige bijdragen verhogen. Verwacht u daarentegen een lager inkomen t.o.v. 2023, dan kunt u om een verlaging vragen, maar let op voor mogelijke boetes als achteraf blijkt dat u te weinig heeft betaald.