Welke liquidatiereserves kunt u in 2025 uitkeren tegen 5% roerende voorheffing?
Sinds 01.01.2017 bedraagt het standaardtarief roerende voorheffing (rv) op een dividenduitkering 30%.
-
Hoeveel roerende voorheffing betaalt u op liquidatiereserves die u in 2026 uitkeert en wat verandert de nieuwe wetgeving?
De programmawet van 30 mei 2026, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 1 juni 2026, wijzigt het fiscale regime van de zgn. liquidatiereserves.
-
Is de jaarrekening 2025 van uw vennootschap definitief na goedkeuring en neerlegging?
Valt het boekjaar van uw vennootschap samen met het kalenderjaar? Dan moet de algemene vergadering de jaarrekening 2025 uiterlijk op 30 juni 2026 goedkeuren. Daarna moet de jaarrekening binnen de 30 dagen worden neergelegd bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België (uiterlijk op 31 juli 2026).
-
De meerwaardebelasting geldt ook voor bepaalde verzekeringsproducten
Sinds 1 januari 2026 is er, zoals eerder gecommuniceerd, een belasting op meerwaarden op financiële vaste activa in uw privévermogen. Denk hierbij aan aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, trackers (ETF’s) en andere financiële instrumenten. De gerealiseerde meerwaarde wordt in principe belast aan een tarief van 10%.
Wie in het verleden echter zgn. liquidatiereserves heeft aangelegd binnen zijn kmo-vennootschap betaalde op moment van aanleg een afzonderlijke aanslag van 10%. Mits het respecteren van een wachttermijn van 5 jaar kunnen die dan als dividend fiscaal voordelig uit de vennootschap gehaald worden tegen betaling van slechts 5% rv (15% belasting in totaal). Bij het niet-naleven van de wachttermijn is uw vennootschap alsnog 20% rv verschuldigd (30% belasting in totaal).
Het komt er m.a.w. op neer dat u sinds 01.01.2025 de liquidatiereserves van de boekjaren 2014 t.e.m. 2019 kan uitkeren tegen 5% rv. Vanaf 2026 kunt u deze van boekjaar 2020 tegen 5% uitkeren, enz. Schematisch kan dit als volgt voorgesteld worden:
|
Boekjaar van aanleg |
Jaar van uitkering |
|||||
|
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
|
|
2014 t.e.m. 2019 |
5% |
5% |
5% |
5% |
5% |
5% |
|
2020 |
20% |
5% |
5% |
5% |
5% |
5% |
|
2021 |
20% |
20% |
5% |
5% |
5% |
5% |
|
2022 |
20% |
20% |
20% |
5% |
5% |
5% |
|
2023 |
20% |
20% |
20% |
20% |
5% |
5% |
|
2024 |
n.v.t. |
20% |
20% |
20% |
20% |
5% |
Concreet komt dat er bv. op neer zo u bv. op de jaarvergadering van uw vennootschap in 2020 besliste om € 10.000 van de winst van boekjaar 2019 als liquidatiereserve te boeken (betaling van 10% afzonderlijke aanslag, m.a.w. € 1.000 rv), dan kunt u op uw jaarvergadering van 2025 beslissen om die liquidatiereserve van 2019 uit te keren tegen 5% rv (= € 500).