Borgstelling voor uw vennootschap: wanneer is de betaling als beroepskost aftrekbaar?
U stelt zich in het jaar X borg voor een krediet dat uw vennootschap aangegaan is. Helaas komt ze enkele jaren later in financiële problemen en wordt u als borg zgn. uitgewonnen. Onder welke voorwaarden is het bedrag dat u als borg betaald heeft aan de schuldeiser van uw vennootschap aftrekbaar en voor welk jaar?
-
Meerwaardebelasting: de aandelen van uw vennootschap
De belasting op de meerwaarde gerealiseerd bij de verkoop van aandelen van uw eigen vennootschap hangt af van de concrete omstandigheden.
-
Nieuwe ondernemersaftrek voor zelfstandigen met een eenmanszaak vanaf inkomstenjaar 2027
In het kader van het regeerakkoord 2025-2029 werd de wet tot hervorming van de personenbelasting goedgekeurd. Deze wet voert vanaf 2027 een ondernemersaftrek voor zelfstandigen in.
-
De 20%-voorwaarde voor voordelen alle aard: wat met uw sociale bijdragen betaald door uw vennootschap?
Vanaf aanslagjaar 2027 geldt een nieuwe voorwaarde voor vennootschappen die van het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting willen genieten. De forfaitair gewaardeerde voordelen alle aard voor bedrijfsleiders mogen niet meer dan 20% van de totale bedrijfsleidersbezoldiging bedragen.
I. Onder welke voorwaarden aftrekbaar?
Als u als bedrijfsleider kosten maakt in het kader van een borgstelling voor schulden van uw vennootschap, zijn die kosten aftrekbaar als de algemene voorwaarden voor de aftrek van beroepskosten (art. 49 WIB 92) vervuld zijn. Een van die voorwaarden is de zgn. intentionaliteitsvoorwaarde. Die houdt in dat u moet bewijzen dat u de kosten gemaakt heeft met de intentie om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden.
In principe heeft u een bezoldigd bestuursmandaat nodig. Als u geen loon haalt uit de vennootschap waarvoor u zich borg stelt, en dat ook niet van plan bent, bv. als uw bestuursmandaat statutair onbezoldigd is, dan zijn er immers normaal gezien geen belastbare inkomsten die u met de borgstelling wilt verkrijgen of behouden.
Sommige rechters aanvaardden wel al de aftrek van een borgstelling door de bedrijfsleider van een managementvennootschap voor vennootschappen waarvan hij geen bedrijfsleider was, maar waarvoor hij via zijn managementvennootschap werkte (Gent, 08.01.2019; Antwerpen, 19.09.2023). De bedrijfsleider kon namelijk wel aantonen dat hij uit die vennootschappen onrechtstreeks beroepsinkomsten haalde via zijn managementvennootschap. Kunt u zo’n doorstroming van inkomsten, dus het verband tussen de borgstelling en uw beroepsinkomsten niet aantonen, dan wordt de aftrek geweigerd (Antwerpen, 31.03.2020, 21.09.2021 en 10.10.2022).
De rechtspraak is unaniem over wanneer de intentie beoordeeld moet worden (Gent, 19.06.2001 en 28.06.2001, 27.10.2020; Antwerpen, 10.04.2007). De beoordeling van de voorwaarden voor de aftrek van beroepskosten moet gebeuren op het moment dat u zich borg stelt en niet op het moment dat u als borg uitgewonnen wordt. Het is dan ook geen probleem dat u op het moment dat u uitgewonnen wordt geen loon meer ontvangt uit uw vennootschap.
II. Voor welk jaar aftrekbaar?
De kosten zijn niet aftrekbaar in het jaar van borgstelling. Een andere voorwaarde voor de aftrek van beroepskosten is namelijk dat u de werkelijkheid van de kosten moet bewijzen. Deze voorwaarde is echter nog niet vervuld op het moment dat u zich borg stelt, want dan is er nog geen werkelijke kost, maar alleen een verbintenis.
De kosten zijn wel aftrekbaar in het jaar van betaling. De kosten worden namelijk maar werkelijk op het moment dat u uitgewonnen wordt als borg, dus in het jaar waarin de schuldeiser van uw vennootschap u aanspreekt en u hem betaalt.
Het standpunt van een bestuurder die in 2013 als borg uitgewonnen was door een schuldeiser van haar vennootschap, die in 2017 deficitair vereffend werd, was dat de kosten aftrekbaar zijn in het jaar van vereffening van de vennootschap. Ze argumenteerde dat ze na de uitwinning en betaling een vordering ten belope van het betaalde bedrag verkregen had op haar vennootschap en de kost pas werkelijk geworden was op het moment dat die vordering verloren ging. Ze kreeg echter ongelijk van de rechters (Antwerpen, 19.12.2024; Cass., 18.06.2026). Het feit dat een uitgewonnen borg een vordering heeft op de schuldenaar doet geen afbreuk aan het definitieve karakter van de betaling, zodat het in het jaar van de betaling is dat de aftrek mogelijk is.