Hoe aanspraak maken op zgn. moratoriuminteresten
Moratoriuminteresten zijn interesten die de fiscus u moet betalen als hij u belastingen moet teruggeven die u ten onrechte betaald heeft.
-
Geld uit uw vennootschap halen via de toekenning van dividenden
Onder een dividend verstaan we de vergoeding die u als aandeelhouder krijgt op de zgn. inbrengen van geld of goederen.
-
Verkoop van aandelen: wat als de betaling uitblijft en uw vordering dreigt te verjaren?
U heeft een bedrijf en verkocht een groot pakket aandelen aan uw zoon. Nu, jaren later, ontstaat er wrevel omdat de betaling achter blijft. U vraagt zich af of uw vordering kan verjaren en wat u kan doen.
-
Eindejaarsdiner of receptie voor klanten
Met een klant uit eten gaan met nieuwjaar of liever een eindejaarsreceptie met catering organiseren? Voor de fiscus is dat niet hetzelfde: restaurantkosten en receptiekosten worden anders behandeld, zowel in de inkomstenbelastingen als in de btw.
Voor inkomstenjaar 2024 bedragen de moratoriuminteresten 2%. Voor inkomstenjaar 2025 is dit tarief ongewijzigd. Gaat u in bezwaar tegen een belastingaanslag of vraagt u ambtshalve ontheffing, dan moet u echter niet expliciet vragen naar die moratoriuminteresten, maar niets houdt u tegen om het toch te doen.
De moratoriuminteresten moeten wel minstens € 5 per maand bedragen. Omgerekend gaat het dan m.a.w. over minimaal € 3.000 aan belastingen die ter discussie staan, nl. € 3.000 × 2% op jaarbasis/12). Die € 3.000 mag trouwens wel een optelsom zijn. Wanneer de betwisting bv. over twee aanslagjaren gaat, dan moet de fiscus vertrekken van de optelsom van die twee ten onrechte betaalde bedragen. Dat heeft Cassatie in het verleden immers zo gesteld (Cass., 22.05.2015). Het voordeel daarvan is dat u sneller aan € 3.000 komt en dus sneller recht heeft op de moratoriuminteresten.
Laat ons verduidelijken met een voorbeeld. U bent voor eenzelfde discussiepunt in bezwaar gegaan tegen twee aanslagen, waarbij u voor aanslag 1 een bedrag van € 2.100 betaalde en voor aanslag 2 een bedrag van € 1.500. De globale berekeningsgrondslag is dus € 3.600 (€ 2.100 + € 1.500), zodat u als u in bezwaar gelijk haalt, toch recht heeft op die interesten van 2%.