Hoe aanspraak maken op zgn. moratoriuminteresten
Moratoriuminteresten zijn interesten die de fiscus u moet betalen als hij u belastingen moet teruggeven die u ten onrechte betaald heeft.
-
Wettelijke interestvoet bij betalingsachterstand b2b blijft voor de tweede helft van 2026 10,5%
De interestvoet die u in de tweede helft van 2026 kunt aanrekenen als u zaken doet met andere ondernemers die uw facturen te laat betalen, is bekend.
-
Werken rond uw privéwoning aan 6% btw?
In principe mag een aannemer aan 6% btw factureren als hij zgn. werken in onroerende staat uitvoert aan een pand dat minstens 10 jaar oud is en dat na de werken hoofdzakelijk voor privédoeleinden gebruikt wordt.
-
Beleggen met uw vennootschap of privé: wat levert netto het meeste op?
Uw vennootschap heeft bv. € 20.000 op de bankrekening staan die u zou willen beleggen in aandelen. Wat doet u dan het beste: dat bedrag nu als een dividend uitkeren en privé beleggen of de belegging door uw vennootschap laten doen en het geld later naar u privé halen?
Voor inkomstenjaar 2024 bedragen de moratoriuminteresten 2%. Voor inkomstenjaar 2025 is dit tarief ongewijzigd. Gaat u in bezwaar tegen een belastingaanslag of vraagt u ambtshalve ontheffing, dan moet u echter niet expliciet vragen naar die moratoriuminteresten, maar niets houdt u tegen om het toch te doen.
De moratoriuminteresten moeten wel minstens € 5 per maand bedragen. Omgerekend gaat het dan m.a.w. over minimaal € 3.000 aan belastingen die ter discussie staan, nl. € 3.000 × 2% op jaarbasis/12). Die € 3.000 mag trouwens wel een optelsom zijn. Wanneer de betwisting bv. over twee aanslagjaren gaat, dan moet de fiscus vertrekken van de optelsom van die twee ten onrechte betaalde bedragen. Dat heeft Cassatie in het verleden immers zo gesteld (Cass., 22.05.2015). Het voordeel daarvan is dat u sneller aan € 3.000 komt en dus sneller recht heeft op de moratoriuminteresten.
Laat ons verduidelijken met een voorbeeld. U bent voor eenzelfde discussiepunt in bezwaar gegaan tegen twee aanslagen, waarbij u voor aanslag 1 een bedrag van € 2.100 betaalde en voor aanslag 2 een bedrag van € 1.500. De globale berekeningsgrondslag is dus € 3.600 (€ 2.100 + € 1.500), zodat u als u in bezwaar gelijk haalt, toch recht heeft op die interesten van 2%.